Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/2.4
2.4 Onderscheid tussen forumkeuze en een overeenkomst tot aanwijzing van de plaats van uitvoering van de overeenkomst
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411984:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Laenens, TvP 1982, p. 225.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
Art. 5 aanhef en sub 1 eerste zinsnede Verdrag luidt: 'De verweerder die woonplaats heeft op het grondgebied van een verdragsluitende Staat, kan in een andere verdragsluitende Staat voor de navolgende gerechten worden geroepen: 1. ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd; (...)'.
Polak 2005 (T&C Rv), art. 6a Rv, aant. 5 bespreekt de inhoud van deze zinsnede.
Steeds zal moeten worden bedacht dat aan de voorwaarden voor toepasselijkheid van art. 5 aanhef en sub 1 EEX-V° Verdrag moet zijn voldaan.
HvJ EG 6 oktober 1976, zaak 12/76, Tessili/Dunlop, Jur. 1976, p. 1473, NJ 1977, 169; HvJ EG 28 september 1999, zaak C-440/97, Groupe Concorde, Jur. 1999, p. 1-6307, NJ 2001, 595.
Vgl. voorbeeld Vlas, WPNR 2000 (6421), p. 749.
Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 38; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 62 e.v.
HvJ EG 6 oktober 1976, zaak 12176, Tessili/Dunlop, Jur. 1976, p. 1473, NJ 1977, 169; HvJ EG 28 september 1999, zaak C-440/97, Groupe Concorde, Jur. 1999, p. 1-6307, NJ 2001, 595; anders: Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 38 die bij een uitvoeringsovereenkomst geen onderzoek doet naar het toepasselijk recht, omdat het nationale recht in de regel slechts aanvullend recht op dit punt bevat.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, 89, NJ 1980, 511; Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 38.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, NJ 1980, 511 en HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (jul i 2006), p. A-a-490-494 en vgl. Holleaux e.a., D.i.p., p. 379.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-115 (par. 6) en A — 121 (par. 4).
Zowel onder art. 5 sub 1 EEX-V°/Verdrag als 6 sub a Rv dient te zijn voldaan aan de voorwaarden die het Hof van Justitie aan een uitvoeringsovereenkomst stelt. Indien de daadwerkelijke plaats van uitvoering van de overeenkomst geen reële band heeft met de contractuele plaats van uitvoering van de overeenkomst, dient aan de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag respectievelijk 8 lid 5 Rv te zijn voldaan.
Anders dan domiciliekeuze, zie par. 2.4.
Van Houtte/Pertegás Sender, Europese IPR-Verdragen, p. 49.
Holleaux e.a., D.i.p., p. 379.
Rb. Haarlem 1 mei 1990, NIPR 1992, 216 en RvK Brussel, Serie D, 1-5.1.2 B-12 waar vermelding van de plaats van betaling op facturen doorslaggevend werd geacht.
Hof Arnhem 25 juni 1975, NJ 1977, 304.
Hof Arnhem 22 augustus 1989, NIPR 1990, 326. In deze zaak had de Nederlandse schuldeiser op facturen een Duitse bankrekening aangegeven.
Vlas, WPNR 2000 (6421), p. 749-750; Pres. Rb. Breda 8 april 1993, NIPR 1993, 303, KG 1993, 189 en Hof 's-Gravenhage 20 mei 1983, NJ 1985, 342.
Rb. Dordrecht 19 december 1979, NJ 1980, 439 waarin werd geoordeeld dat de bepaling 'levering af abriek Papendreche geen uitvoeringsovereenkomst is; Schultsz heeft in NJ 1980, 516 een zeer kritische noot geschreven over dit vonnis, dat hij 'in lijnrechte strijd' noemt met het geldend recht. Rb. Breda 15 mei 1990, NIPR 1990, 507 oordeelde dat de clausule 'levering ex works ....' slechts overgang van het risico van de verkoper op de koper regelt en niet de plaats van uitvoering bepaalt in de zin van art. 5 sub 1 Verdrag. Zo ook RvK Gent 13 oktober 2003, ABC Motoren NV/BOA Nederland BV, rolnummer 2993/02, n.g.
Zie Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-134-138 (EEX-V°), p. A-122 (Verdrag).
Rb. Arnhem 19 mei 1994, NIPR 1995, 273.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, NJ 1980, 511.
Spellenberg, IPRax 1981, p. 76.
Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1088; Ras, TvP 1975, p. 895; Hensen, TVVS 1989, p. 250; Bertrams, WPNR 5527 (1980), p. 501; Schamp, RW 1988/1989, p. 911 (die een toetsing aan de werkelijkheid lijkt voor te staan).
BGH 17 oktober 1984, Serie D 1-5.1.2. B 45.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 31.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 32, 33 en 34.
Rapport Jenard, PbEG 5 maart 1979, p. C 59/22.
AG Tesauro voor HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, sub 16 e.v.
Zie overzicht rechtspraak AG Tesauro voor HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, sub 15, voetnoot 12.
HvJ EG 15 februari 1989, zaak 32188, Six Construction/Humbert, Jur. 1989, p. 341, NJ 1990, 698; art. 23 EEX-V°/17 Verdrag bevat slechts als voorwaarde dat een gerecht of de gerechten van een EG lidstaat resp. verdragsluitende staat zijn aangewezen zonder nadere voorwaarden.
De nietigheid is relatief, omdat deze slechts werkt ten gunste van de werknemer (bediende/arbeider).
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
Par. 12.2 (toepasselijk recht) en 12.5 (wilsgebreken).
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681 en art. 8 lid 6 Rv.
HvJ EG 4 maart 1982, zaak 133/81, Effer/Kantner, Jur. 1982, p. 825, NJ 1983, 508 benadrukt echter dat art. 5 sub 1 EEX ook van toepassing is, indien de verweerder de (totstandkoming van de) verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt betwist.
Partijen kunnen echter wel in de forumkeuze bepalen dat deze niet exclusief is.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 31.
Nederlands recht: Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-116-120; Hof Arnhem 25 juni 1975, NJ 1977, 1059; Belgisch recht: Art. 624 lid 2 GW, Laenens, TvP 1982, p. 225, en RvK Brussel 13 juni 1977, Serie D 1-5.1.2 B - 12 (waar in de noot naar twee andere Belgische vonnissen wordt verwezen); art. 96 WIPR is de basis voor bevoegdheid van de Belgische rechter in geval van een uitvoeringsovereenkomst; Duits recht: Spellenberg,1PRax 1981, p. 75 e.v.; Mc Clellan, CMLR 1983, p. 538 (Belgisch en Duits recht), en BGH 17 oktober 1984, Serie D 1-5.1.2. B - 45 alsmede OLG Munchen arrest 28 september 1989, IPRax 1991, p. 46, anders: OLG Hamm 20 januari 1977, Serie D 1-5.1.2 - B 8 en OLG Munchen 9 november 1977, Serie D 1-5 1.2. - B 15; Frans recht: Mezger, Rev. Crit. 1980, p. 387, en Huet, Clunet 1977, p. 717, en CA Lyon arresten van 28 februari 1979, Serie D, I-5.1.2-B 22 en 28 maart 1979, Serie D I-5.1.2.-B 25.
Voor Duits recht zie verwijzing in HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, NJ 1980, 511.
Partijen kunnen niet alleen een forum of domicilie kiezen, maar ook een uitvoeringsovereenkomst sluiten. Daarin leggen zij (onder meer) de plaats van uitvoering van verbintenissen vast. Doordat art. 5 lid 1 EEX-V°Nerdrag en art. 6 sub a Rv aanknopen bij de plaats van uitvoering van verbintenissen, bepalen partijen (indirect) de bevoegdheid. Daarmee lijkt de uitvoeringsovereenkomst op een forumkeuze. Allereerst ga ik hierna in op de omschrijving en de werking van de uitvoeringsovereenkomst. Vervolgens behandel ik de eventuele vormvoorschriften van een uitvoeringsovereenkomst. Daarna volgen de belangrijkste verschillen tussen een forumkeuze en een uitvoeringsovereenkomst.
i) Uitvoeringsovereenkomst: omschrijving en werking
De uitvoeringsovereenkomst is verwant aan de forumkeuze, omdat beide worden gebruikt om de bevoegdheid van de rechter te beïnvloeden. Daarom noemt Laenens1 uitvoeringsovereenkomsten 'oneigenlijke bevoegdheidsovereenkomsten' . Dat is wellicht verwarrend, omdat partijen geenszins de bedoeling behoeven (maar soms wel kunnen !2) te hebben om de bevoegdheid van een gerecht te beïnvloeden door het aanwijzen van de plaats van uitvoering van de verbintenis of verbintenissen. Partijen kunnen daarvoor bijv. louter praktische overwegingen hebben, bijv. in verband met de overgang van het risico of het (indirect) bepalen van de verantwoordelijkheid voor transportkosten.
De rechter kan zijn internationale bevoegdheid indirect op een uitvoeringsovereenkomst baseren gelet op art. 5 aanhef en sub 1 a en aanhef b EEX-V°3 en art. 6 aanhef en sub a Rv. Deze bepaling dient te worden gelezen in verband met art. 6a Rv dat een bijzondere regel bevat voor de algemene bepaling van art. 6 sub a Rv. In de aanhef is vermeld dat de plaats van uitvoering fictief in Nederland is gelegen, `tenzij anders is overeengekomen' .4
De redenering die in geval van een uitvoeringsovereenkomst ten grondslag ligt aan de internationale bevoegdheid ex art. 5 sub 1 a EEX-V°Nerdrag of 6 sub a Rv, is de volgende:5
Allereerst dient te worden vastgesteld welke verbintenis aan de eis ten grondslag ligt.
Vervolgens dient te worden vastgesteld of de EEX-V° dan wel art. 6a Rv van toepassing is dan wel het Verdrag. Indien de EEX-V° of art. 6a Rv van toepassing is, zijn voor twee categorieën overeenkomsten ficties van toepassing:
Bij een koopovereenkomst van roerende lichamelijke zaken is de plaats van uitvoering volgens art. 5 sub lb EEX-V° c.q. 6a Rv de plaats in een lidstaat respectievelijk Nederland waar de zaken volgens de overeenkomst werden geleverd of hadden moeten worden geleverd.
Bij een overeenkomst tot het verrichten van diensten is de plaats van uitvoering de plaats in een lidstaat respectievelijk Nederland waar de diensten volgens de overeenkomst werden verstrekt of hadden moeten worden verstrekt.
De volgende stap is het vaststellen van de plaats waar de verbintenis in geschil is of moet worden uitgevoerd aan de hand van het recht dat op de overeenkomst van toepassing is volgens het internationaal privaatrecht van de geadieerde rechter (zie hieronder onder d).6 In geval van een uitvoeringsovereenkomst dient dus te worden onderzocht of voor de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt een geldige uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen7 De nationale rechtstelsels plegen op dit punt slechts aanvullend recht te bevatten (behoudens enige benoemde overeenkomsten).8
Indien de verbintenis niet voortvloeit uit één van de onder (i) of (ii) genoemde categorieën of het Verdrag danwel art. 6 sub a Rv van toepassing is, zal vervolgens aan de hand van het internationaal privaatrecht van de geadieerde rechter moeten worden vastgesteld welk recht op de overeenkomst van toepassing is.9 EEX-V°/ Verdrag bevatten geen voorschriften voor uitvoeringsovereenkomsten. De geldigheid van een uitvoeringsovereenkomst wordt beheerst door de lex causae.10
Indien de aangewezen plaats in het ressort ligt van de geadieerde rechter, is het gerecht krachtens art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag of 6 sub a Rv bevoegd.11
Het Hof van Justitie heeft aanvaard dat partijen onder EEX-V°Nerdrag op deze wijze de bevoegdheid kunnen beïnvloeden door een uitvoeringsovereenkomst, mits art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag van toepassing is.12 Daarom kan ook van een 'indirecte bevoegdheidsovereenkomst' worden gesproken 13
In de Nederlandse rechtspraak wordt aanvaard dat een gerecht zijn bevoegdheid kan baseren op art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag, indien partijen een uitvoeringsovereenkomst hebben gesloten, hoewel dat een andere plaats is dan uit het toepasselijk recht op de overeenkomst volgt.14 Voor art. 6 sub a Rv dient aansluiting te worden gezocht bij de rechtspraak over art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag, zodat ook in het commune internationaal privaatrecht een uitvoeringsovereenkomst mogelijk is ter vestiging van internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter.15 Art. 5 sub 1 EEX-V°/ Verdrag noch het Nederlandse internationaal privaatrecht beperken partijen in hun keuzevrijheid door een redelijk belang te vereisen bij een uitvoeringsovereenkomst.16 Een dergelijke voorwaarde mag bij een uitvoeringsovereenkomst mijns inziens niet worden gesteld, omdat art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag noch art. 6 sub a Rv een dergelijke voorwaarde beogen te stellen. Evenmin zijn mij beperkingen onder Belgisch, Duits of Frans commuun internationaal privaatrecht bekend.17 In tegenstelling tot domicilie-keuze en forumkeuze in het commune internationaal privaatrecht, geldt dan ook niet, dat een redelijk belang voor de plaats van uitvoering aanwezig moet zijn.
Partijen kunnen zowel expliciet als impliciet in een overeenkomst de plaats van uitvoering van een verbintenis, verbintenissen of de overeenkomst aanwijzen. In Duitstalige overeenkomsten is de expliciete clausuleErffillungsort ist ...' bekend. In Nederlandstalige overeenkomsten ziet men soms de bepaling 'Betaling zal ten kantore van ... geschieden' of 'De verbintenis tot ... zal worden uitgevoerd ten onzen kantore.' Partijen kunnen ook impliciet18 een uitvoeringsovereenkomst sluiten. Zo kan in de overeenkomst een bankrekening zijn bepaald ten gunste waarvan moet worden betaald. Daaruit volgt de plaats van uitvoering van de verbintenis tot betaling.19 Dat geldt ook indien betaling door waardepapieren is overeengekomen waarvoor ten kantore van een bepaalde bank dient te worden betaald.20 Deze plaats van uitvoering dient altijd te zijn overeengekomen. Dat is dus niet het geval, indien de overeenkomst hierover geen bepaling bevat, maar de schuldeiser later (na het sluiten van de overeenkomst) een plaats van betaling aanwijst, bijv. een bankrekening in een ander land. De schuldeiser kan immers niet eenzijdig de plaats van betaling achteraf bepalen of wijzigen.21 Een sommatiebrief van een advocaat zou anders verstrekkende gevolgen hebben, omdat daarin bijna altijd wordt gesommeerd binnen een bepaalde termijn betaling te verrichten ten gunste van de derden-rekening van het advocatenkantoor.
Ook de aanwijzing in een overeenkomst van de plaats van levering of de plaats waar de prestatie moet worden verricht, zijn in beginsel te beschouwen als impliciete uitvoeringsovereenkomsten.22 Dat mag echter niet altijd worden aangenomen, zoals bij de bepaling in de overeenkomst die slechts beoogt de risico-overgang van zaken te regelen.23 Nauw verwant hiermee is de clausule Velivery free ... border'. De rechtspraak is verdeeld over de vraag of deze bepaling een uitvoeringsovereenkomst is.24 De uitvoeringsovereenkomst mag evenmin steeds worden beschouwd als een aanwijzing van de plaats van uitvoering voor de gehele overeenkomst. De bepaling Treis komplett Montiert Frei Haus' heeft slechts betrekking op de plaats waar de montage moet worden verricht, maar houdt geen bepaling in over de plaats waar voor de prestatie moet worden betaald.25 Bij een impliciete uitvoeringsovereenkomst zal de wil van partijen vaak moeilijker bepaalbaar zijn. Dat geldt in het bijzonder voor mondelinge overeenkomsten: moeten regelmatige betalingen ten gunste van een bankrekening op grond van een mondelinge overeenkomst worden aangemerkt als een uitvoeringsovereenkomst? Door het ontbreken van vormvoorschriften kan hierover grote onzekerheid bestaan.
ii) Vormvoorschriften uitvoeringsovereenkomst
Voor een uitvoeringsovereenkomst gelden geen andere vormvoorschriften dan de lex causae bepaalt. Art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag noch 6 sub a Rv schrijft immers een vorm voor. De vraag is gerezen of een uitvoeringsovereenkomst geldig is die (louter) is bedoeld om bevoegdheid van een rechter te vestigen, indien de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niet in acht zijn genomen. Uit het arrest Zelger/Salinitri26 leek dat aanvankelijk te volgen, omdat het Hof van Justitie overwoog dat de art. 5 sub 1 en 17 EEX geheel verschillende grondslagen, gevolgen en doeleinden hebben.27 Naar aanleiding van dit arrest benadrukten diverse auteurs28 — en suggereerde het BGH29 — dat een uitvoeringsovereenkomst die uitsluitend bedoeld is om bevoegdheid te vestigen, los van de werkelijke plaats van uitvoering, moet voldoen aan de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Een andere opvatting leerde dat een dergelijke forumkeuze nooit geldig is, ongeacht inachtneming van de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Het debat over het 'omzeilen' van art. 17 Verdrag leek aanvankelijk academisch te zijn geworden sinds het eerste Toetredingsverdrag (1978) en zelfs zeer academisch na het derde (1989). De vormvoorschriften van forumkeuze zijn namelijk zodanig versoepeld dat nauwelijks casusposities denkbaar zijn waarbij de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niet zijn vervuld, en toch een geldige uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen. De discussie over het omzeilen van art. 17 Verdrag door uitvoeringsovereenkomsten is opgelost in het arrest MSG/Les Gravières 30 Het Hof van Justitie heeft in dat arrest de vraag beantwoord over de geldigheid van een uitvoeringsovereenkomst, die niet de daadwerkelijke plaats van tenuitvoerlegging van de verbintenissen beoogt vast te leggen, maar slechts is bedoeld om de bevoegdheid van de gerechten van een bepaalde plaats te vestigen.
Het Hof van Justitie benadrukt dat partijen in beginsel de vrijheid hebben om uitvoeringsovereenkomsten te sluiten onder art. 5 sub 1 EEX. De aangewezen plaats mag afwijken van de plaats van uitvoering volgens het toepasselijk recht (lex causae).31De vrijheid gaat echter niet zover dat partijen een plaats van uitvoering mogen aanwijzen die geen reële band heeft met de inhoud van de overeenkomst en waar de verbintenissen die niet zijn nagekomen in overeenstemming met de overeenkomst, niet kunnen worden uitgevoerd. Het Hof van Justitie voert twee redenen voor dit oordeel aan:32
art. 5 sub 1 EEX beoogt bij de daadwerkelijke plaats van uitvoering aan te knopen.
een uitvoeringsovereenkomst zonder reële band met de werkelijke plaats van uitvoering van de overeenkomst, is in feite te beschouwen als een forumkeuze en daarom onderworpen aan art. 17 EEX en de specifieke vormvoorschriften voor forumkeuze.
Beide redenen zijn begrijpelijk. De eerste reden komt er — anders gezegd — op neer dat art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag niet is bedoeld om af te wijken van de werkelijkheid. De reden voor het opnemen van de art. 5 en 6 EEX-V°Nerdrag is het bestaan van een rechtstreeks verband tussen het geschil over de nakoming van een verbintenis en de rechter die daarvan kennis moet nemen.33 Bij een uitvoeringsovereenkomst kan ten gevolge van de keuze van partijen iedere reële band ontbreken.
De tweede reden is niet verrassend, omdat het Hof van Justitie blijkens de feiten ervan moest uitgaan dat de uitvoeringsovereenkomst was gesloten met het doel bevoegdheid te scheppen. Daarom benaderde de uitvoeringsovereenkomst in deze zaak heel dicht een forumkeuze. AG Tesauro34 had in zijn conclusie de nadruk gelegd op het ontduiken van de vormvoorschriften van art. 17 EEX. Het ontduiken van de vormvoorschriften van art. 17 EEX wordt mijns inziens zwaar aangezet, omdat niet alle rechtsstelsels zo'n keuzevrijheid bij uitvoeringsovereenkomsten als het Duitse recht toelaten. Het Duitse recht is liberaal in dit opzicht, maar in andere staten bestaat weerstand tegen een zo vrije benadering van art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag.35
Volgens het Hof van Justitie dient een uitvoeringsovereenkomst zonder reële band met de werkelijke plaats van uitvoering daarom te worden getoetst aan de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Een uitvoeringsovereenkomst wordt derhalve in dit geval voor wat betreft de vormvoorschriften behandeld als een forumkeuze.
Mijns inziens is het toepassen van de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geen juridisch juiste oplossing. Toetsing van een uitvoeringsovereenkomst aan vormvoorschriften van forumkeuze is een ondoordachte vermenging van twee geheel verschillende rechtsfiguren. Een forumkeuze is in EEX-V°Nerdrag uitdrukkelijk geregeld. Een regeling voor een uitvoeringsovereenkomst is afwezig, ook na inwerkingtreding van EEX-V°. Een uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend onderworpen aan de lex causae, zodat toepassing van EEX-V°Nerdrag voor één aspect op mij ongerijmd overkomt. Bovendien hebben de art. 5 EEX-V°Nerdrag en 23 EEX-V°/17 Verdrag een geheel ander formeel toepassingsbereik. Wat zou het oordeel van het Hof van Justitie zijn, indien de verweerder geen woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat? Art. 5 EEX-V°Nerdrag is dan niet van toepassing; art. 23 EEX-V°/17 Verdrag daarentegen wel. Wat zal het oordeel zijn indien een overeenkomst een uitvoeringsovereenkomst en een forumkeuze bevat die zouden leiden tot de bevoegdheid van verschillende gerechten? Gezien deze ongerijmdheden lijkt het een betere oplossing uitvoeringsovereenkomsten die geen reële band hebben met de plaats van uitvoering van de overeenkomst, niet geldig te achten of alleen te toetsen aan de lex causae. Mijns inziens moet worden geaccepteerd dat art. 5 sub 1 EEX-V°/ Verdrag door een uitvoeringsovereenkomst tot bevoegdheid kan leiden, zelfs indien volgens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag dat gerecht niet bevoegd is. Een uitvoeringsovereenkomst is niet minder dan een forumkeuze. Integendeel, de uitvoeringsovereenkomst kan een zoektocht voorkomen naar de plaats waar de verbintenis ten uitvoer is of moet worden gelegd. Een uitvoeringsovereenkomst schept ook duidelijkheid over het bevoegde forum ex art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag. Het is echter onvermijdelijk dat door de verordenings- c.q. verdragsautonome uitleg van de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag enerzijds en de toetsing van de uitvoeringsovereenkomst aan de lex causae anderzijds voor onder meer de rechtsgeldigheid verschillen bestaan.
iii) Verschillen forumkeuze — uitvoeringsovereenkomst
Het meest essentiële verschil tussen forumkeuze en een uitvoeringsovereenkomst is het voorwerp van de wilsovereenstemming. Bij een forumkeuze is het voorwerp van de wilsovereenstemming de bevoegdheid van een gerecht of gerechten. In geval van een uitvoeringsovereenkomst is het voorwerp van de wilsovereenstemming de plaats van uitvoering van een verbintenis of verbintenissen die voortvloeien uit een overeenkomst.
Een tweede verschil is het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (voor forumkeuze) in vergelijking met art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag (voor een uitvoeringsovereenkomst). Het toepassingsbereik van art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag is kleiner dan het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, omdat het eerste artikel vereist dat de verweerder woonplaats in een EG- lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat dient te hebben. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag stelt deze voorwaarde niet, maar vereist slechts dat één der partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat. In geval van forumkeuze behoeft dus slechts de eiser ofverweerder woonplaats in een EG- lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat te hebben.
Ten derde is art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag niet van toepassing inzake de bevoegdheid van gerechten van de EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat waar de verweerder zijn woonplaats heeft. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kent een dergelijke beperking niet. Ook een aanwijzing van een gerecht of gerechten van de staat van de woonplaats van de verweerder wordt beheerst door art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Een eiser kan voorts geen beroep op art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag doen, indien de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt buiten het territoir van de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten is of moet worden uitgevoerd.36 Deze voorwaarde komt niet voor in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. De plaats van uitvoering van de verbintenis is niet van belang. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is niet van toepassing, indien partijen een gerecht of gerechten van een niet EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat hebben aangewezen. Indien een Nederlandse rechter is aangezocht terwijl een forumkeuze een gerecht van een niet EG-lidstaat of verdragsluitende staat aanwijst, zal de Nederlandse rechter de forumkeuze toetsen aan art. 8 lid 2 Rv en niet aan art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Een vijfde verschil tussen forumkeuze en een uitvoeringsovereenkomst is de rol van de lex causae. Naast de voorwaarden die art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag stelt aan een uitvoeringsovereenkomst, dient de rechter de geldigheid van de uitvoeringsovereenkomst tevens te toetsen aan de lex causae. Naar Belgisch recht zou bijv. de schending van een taalvoorschrift ertoe kunnen leiden dat de uitvoeringsovereenkomst (relatief 37) nietig is. Voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag gelden daarentegen in beginsel alleen de autonome voorwaarden van deze bepaling, ongeacht het recht dat toepasselijk is op de overeenkomst.38 Voor de lex causae is slechts een beperkte rol weggelegd, bijv. in het geval van wilsgebreken.39
Voorts is een forumkeuze een afzonderlijke overeenkomst, gescheiden van de hoofdovereenkomst.40 Indien de hoofdovereenkomst bijv. nietig of vernietigbaar is, zal de forumkeuze niet worden getroffen door de (ver)nietig(baar)heid. De uitvoeringsovereenkomst maakt echter onlosmakelijk deel uit van de hoofdovereenkomst (zodat minder rechtszekerheid bestaat). Een gebrek in de hoofdovereenkomst zal ook de uitvoeringsovereenkomst treffen.41
De gevolgen van een forumkeuze en een uitvoeringsovereenkomst verschillen eveneens. De laatste heeft minder vergaande gevolgen. Een uitvoeringsovereenkomst leidt ten eerste niet tot exclusieve bevoegdheid van het gerecht van de plaats van uitvoering.42 Ten tweede is de invloed beperkt tot de verbintenis(sen) die het onderwerp zijn van de uitvoeringsovereenkomst, terwijl een forumkeuze betrekking heeft op de gehele overeenkomst, behoudens een uitdrukkelijke beperking tot bepaalde verbintenissen.
Ook de vormvoorschriften van forumkeuze en de uitvoeringsovereenkomst lopen uiteen. De vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag gelden in beginsel niet voor uitvoeringsovereenkomsten. De vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn slechts van toepassing op een uitvoeringsovereenkomst, indien:43
Partijen een plaats van uitvoering kiezen met het enkele doel de bevoegde rechter aan te wijzen;
Partijen een plaats overeenkomen die geen enkele reële band heeft met de inhoud van de overeenkomst; en
Op deze plaats de verbintenissen uit de overeenkomst niet kunnen worden uitgevoerd.44
Naar Nederlands, Belgisch, Duits en Frans commuun internationaal privaatrecht is een uitvoeringsovereenkomst mogelijk ongeacht het vervuld zijn van de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag of de vormvoorschriften voor forumkeuze in het commune internationale privaatrecht.45 Er gelden geen vormvoorschriften voor uitvoeringsovereenkomsten anders dan de vormvoorschriften voor de hoofdovereenkomst.46