Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.5:0.5 Methode van onderzoek
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.5
0.5 Methode van onderzoek
Documentgegevens:
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS579048:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beschouwingen over de doelstellingen en functies van de publicatieverplichtingen, in het bijzonder in de Delen I tot en met III van deze studie, bestaan uit rechtsvergelijkende en rechtseconomische analyses.
Wat het rechtsvergelijkende element betreft, schenk ik met name aandacht aan de voor de beursvennootschappen relevante hoofdlijnen van de Europese regelgeving en van de wet- en regelgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Een rol speelt hierbij dat de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen die zijn opgenomen in het recht van individuele Europese lidstaten gebaseerd zijn op Europese, harmoniserende regelgeving. De doelstellingen en functies van deze verplichtingen in het recht van individuele lidstaten zijn daardoor herleidbaar tot de doelstellingen en functies die aan deze Europese regelgeving ten grondslag liggen. Zij zullen daaraan — in beginsel — gelijkluidend zijn. Om die reden besteed ik met name aandacht aan de Europese regelgeving en heb ik, behoudens enkele kleine uitzonderingen, afgezien van een bespreking van het recht van individuele lidstaten.
Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, bezie ik de doelstellingen van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen in deze studie vanuit functioneel perspectief. De (rechts)economische bestaansredenen voor het opleggen van die verplichtingen vormen daarbij het startpunt. De vraag of het opleggen van publicatieverplichtingen effectief en (kosten)efficiënt is bereiken de publicatieverplichtingen het beoogde doel en gebeurt dit, uitgedrukt in maatschappelijke kosten, op doelmatige wijze — wordt derhalve vanuit een (rechts)economisch perspectief beantwoord. Aan "de" rechtseconomische analyse van het recht en de wijze waarop in deze studie rechtseconomische analyses zijn toegepast, schenk ik in het eerste hoofdstuk van Deel II van deze studie — hoofdstuk 8 — aandacht. Daarbij bespreek ik ook enkele kanttekeningen die bij rechtseconomische analyses kunnen worden geplaatst.
Het uitgangspunt in Deel IV van deze studie is het positieve recht in Nederland. Ik beoog echter niet een uitputtende opsomming en beschrijving te geven van de in het Nederlandse recht geldende publicatieverplichtingen. Bij de in Deel IV opgenomen beantwoording van de vraag hoe de vormgeving van de publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht zich verhoudt tot de twee hoofddoelstellingen van die verplichtingen, heb ik enkele thema's gekozen die naar mijn mening relevant zijn. Die keuze is tot op zekere hoogte arbitrair. De analyse in Deel IV van deze studie pretendeert derhalve niet een uitputtend overzicht te bieden van alle aspecten van de publicatieverplichtingen in het positieve Nederlandse recht. Dat geldt eveneens voor de analyse van enige gevolgen van toedeling van de publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht, die eveneens in Deel IV is opgenomen.