Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.8
6.8 Status van het structuurregime bij een outbound fusie
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS439363:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De enige eis die de wet stelt is dat de betreffende vennootschap of een afhankelijke maatschappij een OR heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn. Art. 157/267. Zie hiervoor artt. 1 en 2 WOR: de ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn is verplicht een OR in te stellen en jegens deze raad de bepalingen van de WOR na te leven.
Of een afhankelijke maatschappij.
Bij een outbound fusie hebben eventuele medezeggenschaprechten ook betekenis.
Bij de weging van de onderlinge medezeggenschapsregelingen wordt ten aanzien van de verkrijgende vennootschap alleen de nationale wetgeving meegewogen. Vooraf opgezette slimmigheden gefundeerd op overeenkomsten gelden dan niet. Het Nederlandse structuurregime is dan, uitgaande van het door de Minister aangehaalde overzicht van de Europese Commissie wel het zwaarste systeem. De visie van Roest, dat het algemene aanbevelingsrecht een vrij krachteloos recht is en dat het versterkte aanbevelingsrecht als basis voor de weging van de vennootschappelijke medezeggenschap zou moeten gelden, moet hierin niet gebagatelliseerd worden. Mocht de visie van de Minister, die inhoudt dat bij de weging van de verschillende medezeggenschapsregelingen geen onderscheid moet worden gemaakt tussen het algemene aanbevelingsrecht en het versterkte aanbevelingsrecht, juist blijken dan doet ieder niet gelijkwaardig systeem per definitie afbreuk aan de Nederlandse regeling.
In dat geval kan het structuurregime juist het middel zijn om wél aan de onderhandelingstafel te komen. Het vooraf vrijwillig van toepassing verklaren van het structuurregime is een mogelijk (machts)middel dat vele Nederlandse vennootschappen in handen hebben.1
Door hiervan gebruik te maken kunnen onderhandelingen worden afgedwongen en kunnen bij toepassing van de referentievoorschriften buitenlandse systemen terzijde worden geschoven.
Buitenlandse ondernemingen die in hun eigen moederland directe benoemingsrechten willen frustreren in het bestuursorgaan of het toezichthoudend orgaan kunnen dat realiseren wanneer zij bij machte zijn in Nederland een vennootschap op te richten die een OR kan instellen waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.2