Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.2.3:1.2.3 Schriftelijke procescultuur in Nederland
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.2.3
1.2.3 Schriftelijke procescultuur in Nederland
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Crombag, Van Koppen & Wagenaar 2005, p. 229–249.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Duidelijk is dat de wetgever in 1926 een stelsel voor ogen had waarin getuigen in beginsel ter terechtzitting een verklaring zouden afleggen. De praktijk heeft zich echter in een andere richting ontwikkeld. De Nederlandse procescultuur wordt gekenmerkt door haar in hoge mate schriftelijke karakter en het grote accent op de bewijsvergaring in het vooronderzoek. De rechter baseert zijn bewijsbeslissing in belangrijke mate op de verklaringen en onderzoeksresultaten die zijn opgenomen in het procesdossier. Zo komen getuigenverklaringen in verreweg de meeste gevallen tot de rechter in de vorm van een procesverbaal, zonder dat zij door de rechter in persoon op het onderzoek ter terechtzitting worden gehoord. Het horen van getuigen door de verdediging geschiedt in veel gevallen in het kabinet van de rechter-commissaris en niet op het onderzoek ter terechtzitting. Dat getuigen niet ten overstaan van de beslissende autoriteit worden gehoord en de rechter in hoofdzaak beslist op basis van de verklaringen afgelegd in het vooronderzoek, klemt daar in de wet ten aanzien van verhoor van getuigen door de politie niets is geregeld en men zich kan afvragen of de kwaliteit van de totstandkoming van verklaringen in het vooronderzoek wel afdoende is gewaarborgd. Bovendien is de vraag of de rechter in deze praktijk wel voldoende handvatten heeft om de waarheidsgetrouwheid van de afgelegde verklaringen te kunnen beoordelen. De toets van de betrouwbaarheid van informatie die wordt gebruikt als bewijsmiddel, vormt immers een van de meest essentiële componenten van een eerlijk proces en een wezenlijke conditie voor een deugdelijke vaststelling van de feiten. Vanuit de rechtspsychologie wordt in ieder geval kritisch gereflecteerd op de gangbare praktijk in het strafrecht waarin getuigen in de regel niet door de beslissende rechter worden gehoord.1 De kritische reflectie op het juridisch discours geeft aanleiding om ons stelsel en de wijze waarop daarbinnen wordt omgegaan met getuigenverklaringen, onder de loep te nemen. Het roept opnieuw de vraag op of het strafproces niet toe is aan verandering als het gaat om de verwerking van informatie afkomstig van getuigen. Zou er een herwaardering van de gangbare werkwijzen en bestaande juridische normering moeten plaatsvinden?
Kort gezegd is de aanleiding voor dit onderzoek dus tweeledig. De aanleiding wordt enerzijds gevormd door de nieuwe inzichten omtrent de totstandkoming en waardering van getuigenverklaring en anderzijds door de kenmerken van de Nederlandse strafprocespraktijk waarin in hoofdzaak recht wordt gesproken op basis van de schriftelijke getuigenverklaringen neergelegd in het dossier zonder dat de getuigen in persoon door de beslissende rechter worden gehoord (en zonder dat dit is verdisconteerd in het Wetboek van Strafvordering). Dit doet immers de vraag rijzen of gebreken die kleven aan verklaringen van getuigen wel in voldoende mate worden ondervangen in het Nederlandse strafproces.