De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/32:32 Leiderschap boven bezoldiging
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/32
32 Leiderschap boven bezoldiging
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364118:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De manier van bezoldigen lijkt volgens Taussig en Barker ook geen invloed uit te oefenen op de efficiëntie van de industrie. Sterker nog, ondanks de afwezigheid van een door winstdelingen gedreven bedrijfsvoering ligt de efficiëntie van arbeid en kapitaal in die tijd hoger in de VS dan waar ook ter wereld. Deze algemene superioriteit heeft volgens Taussig en Barker te maken met het betere leiderschap van de Amerikaanse bestuurders en niet met de wijze van bezoldigen.1 Zij zien de Amerikaanse samenleving als vruchtbare grond voor de ontwikkeling van deze krachtige en succesvolle bestuurders.
“The pervading spirit is alert and eager, one of perpetual competition and unceasing technical and business progress. No doubt the money-making spirit is carried to the extreme, and is not altogether amiable or admirable; but it is there. All the emulation of the business class, its standards of success and achievement, cause the corporate manager, no less than the independent business man, to run his concern at his best pace. And there is something more. […] the incorporated manufactures, of small and large size, show in the main a single-minded devotion by the managers and directors to the interests of their stockholders. There is commonly pride in the success of the concerns as such, a spirit not entirely selfish. The managing head does not need to be regularly bribed in order to make things go well, or regularly docked to prevent them from going ill. On the whole and in the end, he may rely on being paid in proportion to his services. It is part of the American tradition to pay very high salaries – much larger than are known in Europe – to men of very high ability. The executive may be content to bide his time, assured that sooner or later he will receive remuneration, in his present position or in some other, on the basis of his achievement. And he is relieved of a certain uneasiness, and of any temptation to follow a cheese-paring policy. He is free to develop large plans and to wait for ultimate results.”2
De Amerikaanse bestuurder voert de onderneming in het belang van de aandeelhouders vanwege een gedeelde trots in het succes van de onderneming, aldus Taussig en Barker. De bestuurder is niet louter gericht op zijn eigen belang en het bestuur hoeft niet regelmatig omgekocht te worden om zijn taken goed uit te voeren. Daar komt bij dat, ondanks de afwezigheid van winstdelingen en bonussen in de VS, de Amerikaanse bestuurder erop kan vertrouwen dat hij, vroeg of laat, bezoldigd wordt naar zijn verdiensten. Hierdoor is hij verlost van een zekere onbehaaglijkheid en van enige verleiding om een beleid van winstdeling te volgen en is hij vrij om grote plannen te ontwikkelen voor de lange termijn en te wachten op de uiteindelijke resultaten. Een vrijheid die een bestuurder blijkbaar niet heeft of zichzelf niet gunt wanneer hij direct participeert in de winst.