Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/XII.4.2.4
XII.4.2.4 Het vorderingsstatuut
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS361260:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Verhagen & Van Dongen 2011, p. 94 en Verhagen & Van Dongen 2010, p. 16. In de Nederlandse ipr-literatuur is aanknoping bij het vorderingsstatuut onder meer bepleit door: Steffens 1997; Steffens 2006b; De Visser 2007 en De Visser 2011.
Dit is voor de Europese factoringpraktijk een belangrijke reden om aanknoping van de goederenrechtelijke aspecten van cessie bij het vorderingsstatuut af te wijzen. De branche heeft zijn voorkeur uitgesproken voor aanknoping bij het recht van het land waar de cedent zijn gewone verblijfplaats heeft. Zie The EU Federation for Factoring and Commercial Finance, The EU Federation writes to the European Commission regarding the Rome I regulation – new position paper, gepubliceerd op de website van de Federatie (www.euf.eu.com) en vgl. Financial Markets Law Committee 2010, nr. 2.1.9.
Hetzij omdat het gaat om zuiver “nationale” overeenkomsten (cedent en schuldenaar zijn in hetzelfde land gevestigd), hetzij omdat de cedent internationale overeenkomsten aangaat op zijn voorwaarden, waaronder een rechtskeuzeclausule.
De constatering van Verhagen en Van Dongen dat het vooral gaat om een theoretisch en niet een praktisch probleem, lijkt me dan ook enigszins voorbarig. Zie Verhagen & Van Dongen 2011, p. 92 en p. 94.
1184. Aanknoping bij het recht dat de vordering beheerst (het vorderingsstatuut). De hiervoor genoemde bezwaren zijn niet verbonden aan een aanknoping van de goederenrechtelijke aspecten van een internationale cessie bij het recht dat de te cederen vordering beheerst. Het vorderingsstatuut valt dan ook te prefereren boven aanknoping bij het land van de verblijfplaats van de cedent. De belangrijkste voordelen van het vorderingsstatuut zijn dat (i) alle bij de cessie betrokkenen – cedent, cessionaris, schuldenaar en derden – zich ter zake van de bepaling van hun rechtspositie slechts op een rechtsstelsel hoeven te richten en dat (ii) de goederenrechtelijke aspecten van de cessie en de derdenwerking door hetzelfde recht worden beheerst als de tegenwerpelijkheid van de cessie aan de schuldenaar, die op grond van art. 14 lid 2 Rome I eveneens door het vorderingsstatuut wordt beheerst.1
Niettemin kleven er aan het vorderingsstatuut ook belangrijke bezwaren. Deze komen aan het licht in geval van bulkcessies of globale cessies en in geval van de cessie van toekomstige vorderingen. Indien de te cederen vorderingenportefeuille bestaat uit vorderingen die door verschillende rechtsstelsels worden beheerst, dan zal aan de overdrachtsformaliteiten van al deze jurisdicties moeten worden voldaan, wil men er zeker van zijn dat elke vordering rechtsgeldig is overgedragen. Bovendien is een nauwkeurige due diligence vereist om vast te stellen welke vorderingen door welk rechtsstelsel worden beheerst. Een en ander kan tijdrovend zijn en tot een hoge administratieve belasting en kosten leiden.2 Wat betreft de cessie bij voorbaat van toekomstige vorderingen is het goed mogelijk dat ten tijde van de cessie nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld wat het op de vordering toepasselijke recht zal zijn. Weliswaar hoeft dit in veel gevallen geen serieus probleem te zijn, aangezien de overeenkomsten die de cedent met zijn schuldenaren aangaat meestal door hetzelfde recht worden beheerst,3 maar dit hoeft niet altijd zo te zijn.4 Bovendien is het in bepaalde financiële transacties mogelijk dat de cedent de in de cessie betrokken vorderingen zelf weer heeft verkregen van verschillende andere cedenten (de oorspronkelijke originators van de vorderingen) afkomstig uit verschillende jurisdicties (denk bv. aan ‘cross-border, multi-seller securitisations’). In dat geval kan het niettemin wenselijk zijn dat de opvolgende cessie van de samengestelde portefeuille door hetzelfde recht wordt beheerst.