Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.4
2.3.4 Doorwerking van het unierecht in het nationale recht
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291076:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 5 februari 1963, zaak 26/62, BNB 1964/134 (Van Gend en Loos).
F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 163.
HvJ EG 15 juli 1964, zaak 6/64, ECLI:EU:C:1964:66 (Costa/E.N.E.L.).
Zie bijv. HvJ EG 9 maart 1978, zaak 106/77, NJ 1978, 656, r.o. 17 (Simmenthal) en verklaring 17, gehecht aan de slotakte van het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, PbEU 2007, C 306.
Zoals uit de voorgaande paragrafen volgt, zijn de Europese btw-regels die in dit onderzoek aan bod komen te vinden in de Btw-richtlijn en de Btw-uitvoeringsverordening. Deze btw-regels vormen unierecht. Het unierecht vormt een eigen rechtsorde waaraan niet alleen lidstaten, maar ook de onderdanen van de lidstaten over en weer rechten en plichten kunnen ontlenen.1 Wat de invloed is van het unierecht op het nationale recht wordt bepaald door het unierecht zelf. Dit maakt duidelijk dat het unierecht een autonoom karakter heeft.2 Het nationale recht kan ook geen afbreuk doen aan het unierecht. Unierecht heeft voorrang boven het daarmee strijdige nationale recht.3 Dit wordt het ‘beginsel van voorrang’ genoemd.4 In deze paragraaf komt achtereenvolgens op hoofdlijnen aan bod hoe de bepalingen in de Btw-richtlijn en de Btw-uitvoeringsverordening doorwerken in het nationale recht.
2.3.4.1 Btw-richtlijn2.3.4.2 Btw-uitvoeringsverordening