Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.10.1:4.10.1 Art. 2:11 BW en de tweedegraads formeel bestuurder
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.10.1
4.10.1 Art. 2:11 BW en de tweedegraads formeel bestuurder
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS301288:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de jurisprudentie (m.n. in de arresten Montedison en Lammers-Aerts) wordt ten aanzien van de aansprakelijkheid via art. 2:11 BW van de tweede bestuurslaag een stringent standpunt ingenomen. Alleen tweedegraads formeel bestuurders kunnen aansprakelijk zijn via art. 2:11 BW. Tweedegraads (mede-) beleidsbepalers kunnen blijkens de betreffende jurisprudentie niet via art. 2:11 BW aansprakelijk worden gehouden.
Het kan bewijsrechtelijk lastig zijn om in een bepaald geval de eerstegraads rechtspersoon-(mede-)beleidsbepaler aansprakelijk te kunnen houden. Onder omstandigheden kan men echter ook de formeel bestuurder van de rechtspersoon-(mede-)beleidsbepaler die zelf als (mede-)beleidsbepaler van de bestuurde rechtspersoon is aan te merken, rechtstreeks via art. 2:138/248 lid 7 BW aansprakelijk houden. In de zaak Lammers-Aerts deed zich deze mogelijkheid overigens niet voor. NVR was een eerstegraads rechtspersoon-(mede-)beleidsbepaler. Lammers was “slechts” de formele bestuurder van NVR. Zij was een “strovrouw” van haar echtgenoot. Die echtgenoot bepaalde het beleid van NVR en kon wel als een (mede-)beleidsbepaler gekwalificeerd worden. Slechts door zijn handelen kon NVR beschouwd worden als een (mede-)beleidsbepaler.