Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.4.5
1.4.5 Dominium dormiens
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644897:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de slapende eigendomsrechten §1.10. Zie ook Windscheid, p. 571, voetnoot 13.
D. 6, 1, 23, 2 (Paulus): “Si quis rei suae alienam rem ita adiecerit, ut pars eius fieret, veluti si quis statuae suae bracchium aut pedem alienum adiecerit, aut scypho ansam vel fundum, vel candelabro sigillum, aut mensae pedem, dominum eius totius rei effici vereque statuam suam dicturum et scyphum plerique recte dicunt.” “Als iemand andermans zaak zodanig met de zijne heeft verbonden, dat die daarvan onderdeel is geworden, bijv. als iemand aan een hem toebehorend standbeeld een aan een ander toebehorende arm of voet heeft bevestigd of aan zijn bokaal een handvat of bodem of aan zijn luchter een beeldje of aan zijn tafel een voetstuk, zeggen de meeste juristen met recht dat hij eigenaar van die gehele zaak geworden is en dat hij naar waarheid kan stellen dat het beeld en de beker zijn eigendom zijn.”
D. 6, 1, 23, 2-5 (Paulus); D. 10, 4, 7, 2 (Ulpianus). Voor een uitvoerige bespreking over de tekst van Paulus, zie §1.9.2.
Bij zaken die door de verbinding bestanddelen werden, maar niet opgingen in de hoofdzaak bewerkstelligde de verbinding dat de zakenrechtelijke verhoudingen van vóór de verbinding in stand bleven, maar dat bepaalde rechten in ieder geval niet op te eisen waren. Het eigendomsrecht dat op de zaak rustte die vervolgens door verbinding een bestanddeel was geworden, bleef bestaan, maar was “in slaap gevallen”. Zo’n slapend eigendomsrecht, dominium dormiens, ontwaakte weer na de afscheiding.1 Als aan een gouden bokaal van de één (A) een gouden handvat van de ander (B) werd gezet, dan werd het handvat door de bokaal nagetrokken. A was eigenaar van de bokaal en kon daarom de gehele beker, dus inclusief handvat, opeisen met de revindicatie.2 B, de oorspronkelijke eigenaar van het handvat, kon daarentegen geen revindicatie instellen: niet om het bezit van de bokaal op te eisen en niet om het bezit van het handvat op te eisen. Desalniettemin bleef B volgens Paulus eigenaar van het handvat, maar zolang de verbinding voortduurde kon hij zijn eigendomsrecht niet uitoefenen.3 De verbinding had geleid tot het “in slaap vallen” van zijn eigendomsrecht. Het resultaat van de verbinding van de bokaal met het handvat was derhalve een ander dan het rechtsgevolg van de verbinding met de twee stukken metaal die aan elkaar waren gesoldeerd en de twee stukken metaal die aan elkaar waren gelast. In het eerste geval konden de stukken metaal onafhankelijk van elkaar met de revindicatie worden opgeëist, de verbinding had immers geen zakenrechtelijke gevolgen. Door het lassen ging het zakelijk recht van de één (de eigenaar van de metalen arm) definitief teniet. Bij de verbinding van de bokaal en het handvat bleven de zakenrechtelijke verhoudingen bestaan, maar zo lang de verbinding duurde was de eigendom van het handvat niet opeisbaar. Hetzelfde gold voor bijvoorbeeld een baksteen in een huis. Doordat de baksteen in het huis was gemetseld, werd de baksteen een bestanddeel van het huis. Maar de steen ging niet geheel op in het huis. Als het gebouw later werd afgebroken, dan herleefde het eigendomsrecht dat vóór de verbinding met het huis op de baksteen rustte. Kortom, het eigendomsrecht van een bestanddeel dat niet geheel in de hoofdzaak was geïntegreerd, werd dus “wakker” als de verbinding weer ongedaan werd gemaakt.