Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.2.4
3.2.4 Het post-Woolf tijdperk: de rechter centraal
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS598441:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Civil Procedure (Amendment) Rules 2000, SI 2000/221, Sch 2, par. 9, Mildred 2000, p. 409. Hodges 2001, p. 5 noemt 1 april 2000 echter zonder bronvermelding.
Aldus doeltreffend samengevat door Mildred 2000, p. 409: 'the tone of the Rules is permissive rather than prescriptive and conductive rather to flexibility then to uniformity'.
Mildred 2000, p. 410, Hodges 2001, p. 5-6, Andrews 2003, p. 977.
Mildred 2000, p. 437-8, 462. Mogelijk heeft dat ermee te maken dat voor de uitvaardiging daarvan reeds op hoog niveau intern binnen de rechterlijke macht is overlegd. Zie ook hierna 3.4.1.
Mulheron 2004, p. 105-9 is kritisch hierover en geeft drie redenen aan waarom deze regel heroverwogen zou moeten worden.
Mildred 2000, p. 409. Die ervaringen blijven daarom relevant: Hodges 2001, p. 6.
Zoals ook Rule 1.4 (2) (b), (c) en (d) voorschrijven. Zie ook Mildred 2000, p. 410.
De generieke of de individuele aanpak, zie hierna bij de behandeling van de test case 3.5.2.
Rule 1.4 (2) (h).
PD 19B.8, Andrews 2002, p. 979. Voor andere meer concrete voorbeelden van beslissingen in het kader van case management zie onder andere Zander 2003, p. 66.
Na hetgeen hiervoor werd opgemerkt en met het oog op wat hierna nog moet komen, zal het niet verbazen dat dit hoofdstuk geen afzonderlijke paragraaf bevat over de rol van de (actieve) rechter. Het hele Part 19111 is namelijk rond zijn figuur geschreven en dat werkt steeds door in elk van de kernelementen van de regeling die hierna nog aan bod komen. Een afzonderlijke bespreking zou tot veel overlap leiden, daarom wordt daarvan afgezien.
Part 19.III is in mei 2000 in werking getreden.1 Gelet op het voorgaande is het weinig verrassend dat deze regeling summier is en weinig 'hard en fast rules' bevat: zij telt maar zes artikelen. De toon is eerder richtinggevend dan voorschrijvend en appelleert meer aan flexibiliteit dan aan uniformiteit in de toepassing.2 De regeling dient dan ook te worden gezien als een wettelijk raamwerk dat vooral bedoeld is voor de rechter en niet als een allesomvattend wettelijk regime voor de afwikkeling van massaschade. De regeling geeft niet aan hoe de rechter in een voorliggend geval dient te handelen, noch welke case management technieken hij dient toe te passen.3 Hij bezit ruime discretionaire bevoegdheid. Dat de rechterlijke discretie bij de uitoefening van case management hoog in het vaandel staat, blijkt ook uit het feit dat hoger beroep tegen de rechterlijke beslissingen die in het kader van procedureel of materieel case management genomen zijn, ontmoedigd wordt.4 Niet iedereen is hier echter even enthousiast over.5
Het zijn vooral de PD die inhoud aan de regeling in concrete gevallen zouden moeten geven tezamen met het algemene Part 1 (overriding objective) en Part 3 (algemene bepalingen over case management) van de CPR. Vooralsnog voegen de PD echter weinig concreets toe aan de ervaringen uit het pre-Woolf tijdperk.6 Part 1 en 3 CPR lijken iets meer expliciete aanknopingspunten te bevatten. Zo is de opdracht aan de rechter om in een vroeg stadium de relevante kwesties te onderkennen, te beslissen welke daarvan een diepgaand onderzoek vergen en in welke volgorde ze beslecht dienen te worden7 in overeenstemming met de 'macro benadering' die de afwikkeling van massaschade vereist, ook al geeft de regeling niet aan welke specifieke aanpak bij de onderkenning van die kwesties in een concreet geval dient te worden gevolgd.8 De nadruk die kostenbeheersing krijgt in het overriding objective werkt ook door bij de invulling van de case management bevoegdheden door de rechter bij de afwikkeling van massaschade. Bij het nemen van beslissingen dient de rechter eventuele voordelen expliciet af te wegen tegen de te verwachten nadelen en kosten.9 Bij de afwikkeling van massaschade kunnen dan ook maar liefst drie typen rechters betrokken zijn: één die belast is met het procedurele case management (ofwel de `rolrechter'), één die belast is met het materiële case management (ofwel de zaaksrechter) en één die toeziet op het kostenaspect.10 Laatstgenoemde kan door de eerste twee steeds geconsulteerd worden.11