Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.9.3.2:16.9.3.2 Uitkering van interim-dividend
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.9.3.2
16.9.3.2 Uitkering van interim-dividend
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409112:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Europese wetgever achtte het ondoenlijk om te veel betaald interim-dividend terug te vorderen van een grote massa kleine aandeelhouders met toonderaandelen. Nu een BV geen toonderaandelen mocht uitgeven en daarom te veel uitgekeerd dividend niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk als onverschuldigd betaald kon worden teruggevorderd, was voor de uitkering van interim-dividend door een BV geen tussentijdse vermogensopstelling vereist. Zie Kamerstukken II, 1980/81, 16 551, nr. 3, p. 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Tweede Richtlijn biedt nationale wetgevers de mogelijkheid om de uitkering van interim-dividend toe te staan. Voor de NV vereist de Richtlijn dat voor een dergelijke uitkering een tussentijdse vermogensopstelling wordt gemaakt. De wetgever koos er bij de aanpassing van het BV-recht voor om dit vereiste niet op te nemen.1 Wel werd in het vierde lid van art. 2:216 BW bepaald dat de vennootschap slechts tussentijds uitkeringen mocht doen, indien de statuten dit toestonden en eveneens aan de balanstest was voldaan.