Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/5.3.3.2
5.3.3.2 Inconsistentie
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715378:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ten Voorde 2014, p. 172 en voetnoot 61.
Waarom is dat bijvoorbeeld problematischer dan deelneming aan deelneming, vooral als – net als bij deelneming aan deelneming – de voorbereider wel opzet op het grondfeit moet hebben?
Alle commune misdrijven waartoe samenspanning momenteel al strafbaar is vallen reeds binnen die 20-jaarstermijn (zie bijvoorbeeld de artikelen 92 t/m 95a, 102, 121, 157 en 161 Sr). Daaraan zouden worden toegevoegd enkele staatsgevaarlijke misdrijven (bijvoorbeeld de artikelen 97, 97a, 98a, 108, 115 lid 2 en 117 lid 2 Sr), terroristische misdrijven (bijvoorbeeld de artikelen 114a, 120a lid 2 Sr, 140a lid 2 Sr) en delicten tegen het leven (bijvoorbeeld de artikelen 157 sub 3, 161quater sub 2, 166 sub 3, 168 sub 2 en 170 sub 3 Sr). Door het gevolg gekwalificeerde delicten zullen per definitie worden uitgesloten (zie bijvoorbeeld de artikelen 164 lid 2 en 174 lid 2 Sr).
De relevantie van wetssystematiek is vanuit communitaristisch oogpunt dus op verschillende manieren te nuanceren. Dat geldt ook voor inconsistentie. Of een bepaalde inconsistentie in een communitaristisch strafrecht problematisch is, kan pas worden beoordeeld als is onderzocht waarom die inconsistentie is ontstaan. Ten Voorde meent bijvoorbeeld dat de invoering en instandhouding van allerlei zelfstandige strafbaarstellingen van voorbereidingshandelingen naast de algemene strafbaarstelling van voorbereiding niet problematisch is, maar juist moet worden aangemoedigd, omdat de wetgever met dergelijke regels in feite een lex specialis in het leven roept en zo de verschillen tussen normadressaten erkent en duidelijker kan maken wat er verboden is en voor wie.1 Door inconsistenties toe te laten, kan de wetssystematiek bovendien langzaam met de opvattingen van de samenleving mee veranderen. Op die manier kan op termijn ook de (dan zelf inconsistent geworden) hoofdregel ter discussie komen te staan. Juist door de strafbaarstelling van zelfstandige voorfasedelicten rijst bijvoorbeeld de vraag in hoeverre nog vol kan worden gehouden dat voorbereiding van voorbereiding niet strafbaar moet zijn.2 Evengoed kan door de afwezigheid van terugtredmogelijkheden bij zelfstandig strafbaar gestelde voorfasedelicten de gelding van het terugtredleerstuk ter discussie komen te staan. En de keuze van de minister om de samenspanningsregeling in het militaire strafrecht van toepassing te maken op alle misdrijven waar een maximale tijdelijke gevangenisstraf van 20 jaar of meer op staat, roept de vraag op of dat niet ook in het commune strafrecht moet gebeuren.3 Er moet vanuit communitaristisch oogpunt dus voor worden gewaakt dat een pleidooi voor consistentie geen verkapt pleidooi voor conservatisme en/of (al dan niet indirect) liberalisme inhoudt. Inconsistentie kan immers ook een teken van veranderende maatschappelijke opvattingen zijn.