Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.7.2.4:6.7.2.4 Ketenregeling en de Regeling dienstverlening aan huis
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.7.2.4
6.7.2.4 Ketenregeling en de Regeling dienstverlening aan huis
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943466:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de ketenregeling wordt niet gerept in de context van de huishoudelijk werker. Het lijkt een gemeenschappelijke opvatting te zijn dat deze geen werking heeft in de arbeidsrelatie tussen huishouden en huishoudelijk werker, terwijl dat noch uit de wet, noch uit de cao of de Regeling dienstverlening aan huis is op te maken. Uitgangspunt in de Regeling dienstverlening aan huis lijkt te zijn dat altijd een redelijke grond voor ontslag aanwezig moet zijn. De arbeidskracht heeft dus eigenlijk direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit lijkt de arbeidskracht betere ontslagbescherming te bieden dan vergelijkbare werknemers bij commerciële werkgevers. Daarom bestaat geen aanleiding het ontbreken van de ketenregeling te toetsen op een gerechtvaardigd personeelsbeleid. Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat deze ‘betere’ ontslagbescherming waarschijnlijk het tegenovergestelde effect heeft. Dat particulieren altijd moeten kunnen aantonen een redelijke grond te hebben, zal hen afschrikken. Door de mogelijkheid van tijdelijke contracten te introduceren in de Regeling kan de vrees voor ontslagprocedures wellicht wat worden weggenomen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het toestaan van een onbeperkt aantal tijdelijke contracten tussen particuliere werkgever en huishoudelijk werker, steeds van een half jaar bijvoorbeeld. Na verstrijken van een half jaar eindigt de overeenkomst van rechtswege en kunnen partijen verlengen mits zij dat wensen. Voortijdig kan de particuliere werkgever ook beëindigen, maar dan moeten de resterende maanden worden uitbetaald aan de arbeidskracht. Deze uitbetaling kan de financiële compensatie vormen waarnaar ik in paragraaf 6.7.2.3 verwees.
Dat in de voorwaarden van Helpling was opgenomen dat de overeenkomsten tussen arbeidskracht en gebruiker steeds eindigden na de dienst, zou dan ook betekenen dat de huishoudens al na drie keer dezelfde schoonmaker geboekt te hebben, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hadden. In de praktijk zal dat vanwege het ontbreken van de preventieve toets weinig effect hebben gehad.