Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.7.2.4
5.7.2.4 KPC Herning-arrest
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291301:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 4 september 2019, zaak C-71/18, V-N 2019/46.12 (KPC Herning).
R.o. 62.
R.o. 45. In gelijke zin: F.V.A.L. Jongen en J.R.M. Kindt, ‘Sloop doorbreekt samengestelde prestatie’, BtwBrief 2019/97, p. 13.
R.o. 49.
R.o. 48. In gelijke zin: Sparidis, noot bij HvJ EU 4 september 2019, zaak C-71/18, NLF 2019/2069 (KPC Herning).
Het KPC Herning-arrest1 vormt een aanvulling op het Don Bosco-arrest. In deze zaak gaat het om een projectontwikkelaar, KPC Herning (hierna: KPC), die een overeenkomst was aangegaan met de Haven van Odense (hierna: Odense) tot de aankoop van een perceel grond met daarop een pakhuis. KPC heeft vervolgens een drietal overeenkomsten gesloten met woningcorporatie Kristiansdal (hierna: Kristiansdal) op grond waarvan zij zich heeft verbonden tot de verkoop van het perceel en het turnkey opleveren van nieuwe woningen. Voor het realiseren van die woningen moest het pakhuis (met uitzondering van het middendeel van de gevelspits aan de oostzijde) worden gesloopt. Tussen KPC en Kristiansdal is overeengekomen dat Kristiansdal deze sloopwerkzaamheden zou (laten) verrichten. Deze sloopwerkzaamheden zijn ook in opdracht en voor rekening en risico van Kristiansdal verricht. De verwijzende rechter heeft in deze zaak vastgesteld dat het pakhuis vóór de levering door Odense aan KPC en de doorlevering door KPC aan Kristiansdal door Odense werd verhuurd. Ten tijde van de levering door Odense aan KPC en de daaropvolgende levering door KPC aan Kristiansdal functioneerde het pakhuis nog volledig en kon het voor culturele en sportieve evenementen worden gebruikt.
Het is niet verwonderlijk dat het Hof van Justitie van oordeel is dat in de eerste schakel, Odense-KPC, sprake is van de vrijgestelde levering van een oud gebouw.2 Odense had zich jegens KPC immers enkel verbonden tot de levering van de grond met daarop een volledig functionerend pakhuis.3 In de tweede schakel, KPC-Kristiansdal is daarentegen sprake van een koop-/aannemingsovereenkomst, aangezien KPC zich jegens Kristiansdal niet alleen heeft verbonden tot de levering van het perceel met daarop het pakhuis (koopdeel), maar ook tot de oplevering van de nieuwe woningen (aannemingsdeel). Het Hof van Justitie oordeelt naar mijn mening terecht dat niet gezegd kan worden dat KPC jegens Kristiansdal één handeling verricht.4 Cruciaal daarvoor is dat tussen de levering van het perceel met daarop het pakhuis door KPC en de oplevering van de nieuwe woningen door KPC, sloopwerkzaamheden (moeten) plaatsvinden die volledig voor rekening en risico van Kristiansdal worden verricht.5 Van een keten van opeenvolgende handelingen (levering oud gebouw-sloop oud gebouw-oplevering nieuw gebouw) door dezelfde belastingplichtige is derhalve geen sprake. Daardoor kan niet gezegd worden dat KPC zich jegens Kristiansdal heeft verbonden tot een handeling sui generis die bestaat in de levering van nieuwe woningen. Dit betekent dat KPC op grond van de koop-/aannemingsovereenkomst twee belastbare handelingen verricht, namelijk: de levering van een oud gebouw (koopdeel) en de oplevering van nieuwe woningen (aannemingsdeel).
Het KPC Herning-arrest laat naar mijn mening zien dat bij een koop-/aannemingsovereenkomst slechts sprake kan zijn van handeling sui generis indien de door de verkoper te verrichten aannemingswerkzaamheden (het aannemingsdeel) aansluiten op de levering van het vastgoed door de verkoper (het koopdeel). Dit wil overigens niet zeggen dat er tussen het verrichten van deze aansluitende handelingen niet enige tijd mag zijn gelegen. Het gaat erom dat er tussen de levering van het vastgoed en de aannemingswerkzaamheden die de verkoper op grond van de koop-/aannemingsovereenkomst verricht of laat verrichten, geen andere aannemingswerkzaamheden moeten plaatsvinden die worden verricht door of voor rekening van een ander dan de verkoper. Met andere woorden: de door de verkoper te verrichten handelingen moeten elkaar opvolgen. In de in de paragrafen 5.7.2.3.1 en 5.7.2.3.3 besproken zaken, waaronder de zaak Don Bosco, was sprake van een dergelijk temporeel verband: de volledige sloop volgde op de levering van de oude gebouwen en de oplevering van het woonappartement volgde op de levering van het appartementsrecht.