Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/5.3.2
5.3.2 Vorderingen en aandelen (pledge)
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264554:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Wille/Scott & Scott 1987, p. 40.
Brits 2016, p. 145-149 en 329; Scott 2018, p. 462.
Wille/Scott & Scott 1987, p. 151; Scott 2018, p. 459-462.
Brits 2016, p. 143 en 147.
Brits 2016, p. 332; Scott 2018, p. 451-455.
Brits 2016, p. 329; Scott 2018, p. 443.
Scott 2018, p. 459-462.
Vgl. Wille/Scott & Scott 1987, p. 151; Van der Merwe 1989, p. 682-683; Supreme Court of Appeal 26 september 2003, Bock and Others v Duburoro Investments (Pty) Ltd, [2003] ZASCA 94, p. 13. In de aangehaalde zaak kwam het stemrecht op grond van de pandovereenkomst al vanaf de vestiging van het pandrecht toe aan de pledgee.
Griqualand West Local Division 27 juni 1934, SA Breweries v Levin, 1934 GWL 33, p. 34-35; Appellate Division 31 oktober 1935, South African Breweries v Levin, 1935 AD 77, p. 77-80.
Griqualand West Local Division 27 juni 1934, SA Breweries v Levin, 1934 GWL 33, p. 33-35; Appellate Division 31 oktober 1935, South African Breweries v Levin, 1935 AD 77, p. 78-84.
Scott 2018, p. 344-345 en 476.
Brits 2016, p. 345-347; Scott 2018, p. 476-477.
Vorderingen en aandelen vallen onder de movable incorporeal assets: onstoffelijke vermogensrechten.1 Zoals beschreven in §5.1.2, komt op deze goederen een analoog recht van pledge tot stand door middel van cession in securitatem debiti. In plaats van de vestiging van een recht van pledge, kunnen partijen kiezen voor een fiduciary security cession.
Uitgangspunt is ook bij incorporeals dat de pledgee het onderpand niet mag gebruiken in zijn eigen voordeel. Wel is de pledgee bevoegd en zelfs verplicht om het onderpand te beheren in het belang van de pledgor.2 De pledgee treedt in de rechten die de pledgor op grond van het verpande vermogensrecht heeft en dient deze rechten uit te oefenen in het belang van de pledgor.3 Hij dient dus de vruchten te trekken die het vermogensrecht voortbrengt. Bij een pandrecht op een vordering bestaan de vruchten uit rente. Gaat het om verpande aandelen, dan bestaan de vruchten uit dividend. Voorts moet de pandgebruiker van een vordering de opeisbare betalingstermijnen innen.4 Het uitgangspunt bij een pandrecht op incorporeals is echter dat de pledgee alleen bevoegd is om (passief) betalingen te ontvangen. Zonder medewerking van de pandgever mag hij betaling niet actief afdwingen. De pledgee wordt pas bevoegd om actief te innen als de pandgever in verzuim komt.5 Het is mogelijk om bij beding van pandgebruik van dit uitgangspunt af te wijken. De pledgee kan dan al vanaf het moment van vestiging van het pandrecht bevoegd worden om actief te innen.6
Het is opvallend dat een pactum antichreticum invloed heeft op de bevoegdheid van de pandhouder om de hoofdsom van een verpande vordering te innen. In het Romeinse recht en in het ius commune en het Rooms-Hollandse recht hield de bevoegdheid om de hoofdsom te innen geen verband met het recht van pandgebruik. Dit verschil laat zich wellicht verklaren doordat de inningsbevoegde pandhouder dezelfde zorgplicht heeft als de pandgebruiker: de inningsbevoegde pandhouder en de pandgebruiker dienen zich in de uitoefening van hun bevoegdheden te gedragen als een reasonable business man. Deze maatstaf werk ik uit in §5.4.2.
Heeft de pledgee de bevoegdheid tot actieve inning eenmaal verkregen (hetzij op grond van een beding van pandgebruik, hetzij omdat de pandgever in verzuim is), dan is hij bevoegd en verplicht rechtshandelingen te verrichten die bijdragen aan een zo hoog mogelijke opbrengst.7 Als dit voor het waardebehoud van een verpand aandeel van belang is, dient de pledgee vermoedelijk het stemrecht uit te oefenen. Het uitoefenen van stemrecht is immers een vorm van beheer van het onderpand.8 De inningsbevoegde pandhouder van een vordering kan tot inning procederen. Hij mag echter ook een schikking treffen met een schuldenaar van een verpande vordering als deze in betalingsonmacht verkeert. Dit laatste deed zich voor in de zaak S.A. Breweries v Levin. Levin had een vordering op Greenberg. Hij verpandde deze vordering aan S.A. Breweries. Op grond van de pandovereenkomst was S.A. Breweries kennelijk bevoegd tot actieve inning van de verpande vordering.9 Omdat Greenberg in financiële moeilijkheden verkeerde, trof S.A. Breweries een schikking. Door deze schikking verkreeg S.A. Breweries 2/3 van de nominale waarde van de verpande vordering. S.A. Breweries schold de resterende 1/3 kwijt.10
Bij een fiduciary security cession verkrijgt de zekerheidscessionaris alle voornoemde bevoegdheden van rechtswege, omdat hij door cessie de rechthebbende van de gecedeerde vordering is geworden. De cessionaris wordt, met andere woorden, schuldeiser van de gecedeerde vordering. Anders dan bij de pledge construction is de cessionaris dus al vanaf het aangaan van de fiduciary security cession bevoegd tot actieve inning.11 De cessionaris hoeft in beginsel geen rekening te houden met de belangen van de cedent, omdat de cedent al zijn rechten uit de vordering aan de cessionaris heeft overgedragen. Dit is slechts anders indien partijen in de zekerheidsovereenkomst die tot cessie verplicht afspraken hebben neergelegd die de cedent beschermen.12