Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.2
6.2 Groenboek Europees betalingsbevel en `small claims'
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS374611:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, 19 maart 2004, COM (2004) 173 def. Zie over dit voorstel M. Freudenthal, 'Verordening voor Europese betalingsbevelprocedure', Advocatenblad 2004, p. 448-453.
Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland kennen geen incassoprocedures in hun wetgevingen. Zie voor een uitgebreide rechtsvergelijkende analyse met landelijke rapporten Recherberger/Kodek (2001).
Pb EG C 12 van 15 januari 2001, p. 1.
Richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, Pb EG L 200 van 8 augustus 2000, p. 35.
Zie art. 5 van het voorstel voor deze richtlijn, COM (1998) 126 def., Pb EG C 168 van 3 juni 1998, p. 13.
Zie COM (2004) 174 def., p. 5. Zie ook Ali Cem Budak, Making Foreign People Pay, Hampshire: Ashgate Publishing Company Limited 1999.
In het Groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen wordt een aanzet gegeven tot de eenmaking van het formele recht op een specifiek terrein. Zoals de titel van het Groenboek al aangeeft, bevat het Groenboek vragen over een tweetal procedurele voorschriften: vragen over de in diverse lidstaten bestaande procedures tot verkrijging van een betalingsbevel (incassoprocedure) en over de mogelijkheid tot bespoediging van het procederen over geringe vorderingen. De discussie op basis van dit Groenboek heeft geleid tot een voorstel van de Europese Commissie voor een verordening betreffende de Europese incassoprocedure.1 De invoering van een dergelijke procedure moet de invordering van onbetwiste schulden vereenvoudigen, aangezien deze invordering in de lidstaten op een uiteenlopende wijze verloopt. Niet alle wetgevingen van de lidstaten bevatten een vereenvoudigde procedure tot verkrijging van een betalingsbevel.2 Een noodzaak van een dergelijke procedure in alle lidstaten wordt ook door de Europese Commissie en door de Raad in hun gezamenlijke programma voor wederzijdse erkenning uit 2001 onderkend.3 Reeds bij de totstandbrenging van de Richtlijn Betalingsachterstand Handelstransacties4 is getracht de lidstaten een verplichting op te leggen om een versnelde invorderingsprocedure voor onbetwiste schulden in het leven te roepen.5 De definitieve versie van de richtlijn bevat geen verplichting tot de invoering van een dergelijke procedure. Art. 5 van de Richtlijn 2000/35/EG bepaalt slechts dat de lidstaten ervoor zorg dienen te dragen dat binnen 90 kalenderdagen een executoriale titel kan worden verkregen overeenkomstig hun nationale wetgevingen. Aan de noodzaak van de invoering van een betalingsbevelprocedure liggen niet alleen juridische overwegingen ten grondslag, maar tevens economische, nu de te late betaling van schulden in de praktijk een van de belangrijkste oorzaken van faillissementen is.6