Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.3.6
15.2.3.6 De gratiemogelijkheid bij verlies van de vrijstelling voor gelijktijdige verwerving van overwegende zeggenschap (art. 5:72 lid 4 Wft)
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368843:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Eerder kwam al aan de orde dat niet duidelijk is wie biedplichtig is als degene die oorspronkelijk de meeste stemrechten kon uitoefenen dit niet meer kan (§ 12.2.3.5).
Onduidelijk is wat precies de vrijstelling doet vervallen, zie uitgebreid § 15.2.5.4 sub I.
Niet is gekozen voor de suggestie van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht om de gratietermijn te laten ingaan op het moment waarop de desbetreffende persoon wist of behoorde te weten dat de uitzondering was komen te vervallen, zie nader Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 8, p. 6.
Idem De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 5:72 Wft, aant. 11.
Op grond van art. 5:71 lid 1 sub h Wft zijn alle concert parties van de biedplicht vrijgesteld, behalve degene die de meeste stemrechten kan uitoefenen.1Art. 5:72 lid 4 Wft stelt buiten twijfel dat de gratiemogelijkheid ook open staat voor degene die de vrijstelling van art. 5:71 lid 1 sub h Wft verliest vanwege de omstandigheid dat degene die oorspronkelijk de meeste stemrechten kon uitoefenen dat niet langer kan (zie daarover uitgebreid § 15.2.5.4). De gratietermijn van 30 dagen gaat in op het tijdstip waarop de uitzondering van art. 5:71 lid 1 sub h Wft is komen te vervallen. 2,3 Gelet daarop lijkt de voorwaarde, dat in de gratietermijn geen stemrechten zijn uitgeoefend (art. 5:72 lid 2 Wft jo art. 5:72 lid 4 Wft), enkel te gelden gedurende ieders “eigen” gratietermijn en niet ook gedurende die van degene die oorspronkelijk de meeste stemrechten kon uitoefenen.4