Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.4.1:8.4.1 Inleiding
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.4.1
8.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258787:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het land van uitvoer is overigens niet noodzakelijk het land van productie van de te waarderen goederen.
Aantekening bij artikel 6 CVA.
Artikel 143, lid 1, UDWU.
Artikel 74, lid 2, onderdeel d, ten eerste, DWU.
Artikel 74, lid 2, onderdeel d, ten tweede, DWU.
Artikel 74, lid 2, onderdeel d, ten derde, DWU.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De methode van de berekende waarde vindt toepassing als de douanewaarde niet overeenkomstig de transactiewaarde van ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen of de aftrekmethode kan worden vastgesteld. De methode van de berekende waarde kan daarnaast ook worden toegepast als de transactiewaarde van ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen niet als basis voor het vaststellen van de douanewaarde kan dienen en de importeur heeft verzocht om de berekende waarde in plaats van de aftrekmethode toe te passen.
De methode van de berekende waarde kan worden toegepast als de buiten het douanegebied van de Europese Unie gevestigde fabrikant bijvoorbeeld optreedt als contract manufacturer of full fledged manufacturer en tegelijkertijd optreedt als exporteur. Ook lijkt het mogelijk om de methode van de berekende waarde toe te passen indien de fabrikant en exporteur niet dezelfde persoon zijn, zoals bijvoorbeeld het geval is indien de fabrikant optreedt als toll manufacturer.1 Ongeacht de operationele fiscale modellen van de betrokken entiteiten, zal uiteindelijk de importeur op verzoek van de douaneautoriteiten informatie over de prijsopbouw van de ingevoerde goederen moeten verstrekken. In het geval een contract manufacturer of full fledged manufacturer zijn eigen goederen overbrengt naar de Europese Unie en aldaar als importeur optreedt, zal dergelijke informatie op eenvoudige wijze overgelegd kunnen worden. Dit ligt anders indien de importeur niet dezelfde persoon is als de exporteur. Vanuit concurrentieoverwegingen zullen derde partijen namelijk niet altijd bereid zijn om informatie over de opbouw van de prijselementen aan de importeur te verstrekken. Dit is anders wanneer partijen verbonden zijn; het overleggen van informatie over de opbouw van de prijselementen stuit dan immers niet op eventuele concurrentieoverwegingen. De methode van de berekende waarde lijkt daarom alleen van toepassing bij verbonden partijen indien de importeur een andere persoon is dan de fabrikant.2 Een andere reden houdt verband met de bevoegdheden die de douaneautoriteiten toekomen. Douaneautoriteiten mogen namelijk fabrikanten gevestigd buiten het douanegebied van de Europese Unie niet oproepen of dwingen om ter controle boekhoudkundige rekeningen of andere documenten te overleggen.3
De prijselementen die in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig de methode van berekende waarde zijn: i) de kosten of de waarde van de materialen en vervaardiging4, ii) het gewoonlijk bedrag voor winst en bedrijfskosten,5 en iii) vervoer- en verzekeringskosten.6 Voor de wijze waarop deze prijselementen moeten worden vastgesteld wordt aansluiting gezocht bij de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen (onderdeel 6.6).