Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.4.3:8.4.3 Gewoonlijk bedrag voor winst en bedrijfskosten
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.4.3
8.4.3 Gewoonlijk bedrag voor winst en bedrijfskosten
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258525:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij de aftrekmethode, moet voor de methode van de berekende waarde uitgegaan worden van het gewoonlijk bedrag voor winst en bedrijfskosten. De posten ‘winst’ en ‘bedrijfskosten’ moeten als één geheel in aanmerking worden genomen.1 ‘Gewoonlijk’ duidt erop dat een producent bij de verkoop een winstmarge en bedrijfskosten in aanmerking neemt, die een fabrikant van goederen van dezelfde aard of soort ook in aanmerking zou nemen. Dat neemt niet weg dat in bepaalde gevallen de winstmarges en/of bedrijfskosten afwijken van wat normaliter voor goederen van dezelfde aard of soort als gewoonlijk wordt aangemerkt. Een lage winstmarge gedurende een bepaalde periode kan bijvoorbeeld te maken hebben met een marketingstrategie of met aanloopkosten bij de introductie van een nieuw product. Zolang er redelijke commerciële argumenten voorhanden zijn, moet daarom de daadwerkelijke winstmarge en bedrijfskosten van een fabrikant in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de methode van de berekende waarde. Dit kan er naar mijn mening zelfs toe leiden dat geen winst of zelfs een verlies in aanmerking genomen moet worden.
De winst wordt meestal als percentage uitgedrukt van de verkoopprijs. De bedrijfskosten worden in de CVA aangeduid als algemene kosten.2 Hieronder worden alle directe en de indirecte kosten van de voortbrenging en de verkoop voor uitvoer van de goederen verstaan die niet zijn inbegrepen onder de noemer ‘kosten of waarde van de materialen en van de vervaardiging’ (onderdeel 8.4.2).3 Ook de bedrijfskosten kunnen worden aangeduid als percentage van de verkoopprijs. Hiervoor zou moeten worden aangesloten bij wat als ‘gewoonlijk’ voor goederen van dezelfde aard of soort wordt aangemerkt. Ook kan gekozen worden om de algemene kosten op basis van een vast bedrag toe te rekenen aan elk vervaardigd en in te voeren goed. Dit kan echter tot onwenselijke uitkomsten leiden. Immers, de indirecte kosten zullen namelijk niet afhankelijk zijn van het aantal af te zetten goederen. Bij een lage afzet, zullen de per product in aanmerking te nemen algemene kosten hoger uitvallen, dan bij een grote afzet. Ook hier geldt in mijn optiek dat, zelfs indien een en ander zou leiden tot een lage winst of verlies, de bedrijfskosten die daadwerkelijk zijn doorbelast in aanmerking genomen moeten worden indien redelijke commerciële argumenten voorhanden zijn.