Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/12.1.3.3:12.1.3.3 Inbedding van de douanewaarde bepalingen in het acquis communautaire
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/12.1.3.3
12.1.3.3 Inbedding van de douanewaarde bepalingen in het acquis communautaire
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258698:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De CVA-bepalingen zijn in Europeesrechtelijk verband ingebed in het DWU-wetgevingspakket. In Bijlage A van dit onderzoek is opgenomen hoe de bepalingen uit het DWU-wetgevingspakket zijn terug te herleiden naar de CVA-bepalingen. Ook is in kaart gebracht welke CVA-bepalingen thans niet in het DWU-wetgevingspakket zijn ingebed en hoe dit zich verhoudt ten opzichte van de situatie onder het CDW-wetgevingspakket en het Verordening (EEG) nr. 1224/80 en aanverwante verordeningen. De belangrijkste bevindingen zoals besproken in hoofdstuk 3 zijn dat:
De bepalingen in het DWU-wetgevingspakket in voorkomende gevallen een wettelijke basis in het CVA ontberen wat kan leiden tot rechtsonzekerheid en afbreuk doet aan de rechtvaardigheid dat aan het stelsel ten grondslag ligt en de uniforme toepassing van de douanewaardebepalingen. Ook kan het in voorkomende gevallen leiden tot de vaststelling van arbitraire of fictieve waarde wat in strijd is met de neutraliteit van het stelsel;
Diverse bepalingen uit de CVA niet hun weerslag hebben gevonden in het DWU-wetgevingspakket;
Verordening (EEG) nr. 1224/80 de structuur van de CVA nauwgezet volgt en Verordening (EEG) nr. 1224/80 en het CDW-wetgevingspakket de CVA-bepalingen vollediger hebben overgenomen in vergelijking met het DWU.
De tweede hiervoor genoemde bevinding – het ontbreken van equivalente bepalingen van de CVA in het DWU-wetgevingspakket – kan ertoe leiden dat de uniformiteit van het douanewaardestelsel wordt geschaad wat naar mijn mening als onwenselijk moet worden bestempeld. Het geeft marktdeelnemers daarnaast in voorkomende gevallen de mogelijkheid om een rechtstreeks beroep te doen op de CVA-bepalingen (onderdeel 4.3.2).
In hoofdstuk 7 is nader op de inbedding van de CVA-bepalingen in het DWU-wetgevingspakket ingegaan. Daaruit zijn de volgende bevindingen te destilleren. Ten eerste heeft de Europese wetgever gemeend dat het niet langer noodzakelijk is om Decision 4.1 van de Commissie douanewaarde van de WHO in te bedden in het DWU-wetgevingspakket (onderdeel 7.2.3). Mede daardoor is het onder de douanewaardebepalingen van het DWU-wetgevingspakket niet geheel duidelijk in hoeverre de waarde van software in de douanewaarde moet worden begrepen. In tijden van digitalisering waarbij functionaliteiten van stoffelijke zaken in toenemende mate afhankelijk zijn van software, zou het gewenst zijn als de voorwaarden waaronder de waarde van software in de douanewaarde moet worden begrepen nauwgezetter uitgekristalliseerd wordt in het DWU-wetgevingspakket. Ten tweede is het begrip ‘verkoop’ net als in de CVA niet gedefinieerd. Wel heeft het Hof van Justitie zich in een aantal situaties uitgelaten over de reikwijdte van het begrip, waar zij, net als de Technische commissie douanewaarde van de WDO, blijk geeft voorstander te zijn van een ruime opvatting van het begrip verkoop (onderdeel 7.4.2.3). Ik meen dat voor een verkoop de overdracht van financieel risico echter noodzakelijk is (onderdeel 7.4.2.3.3). In die zin is het begrip verkoop naar mijn inzicht in het Ioannis Christodoulou e.a. tegen Elliniko Dimosio-arrest te ver opgerekt (onderdeel 7.4.2.3.2), omdat in die concrete situatie de eigendom en het financiële risico nooit werd overgedragen.