Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/1.4
1.4 De plaats van het deskundigenadvies in het Nederlandse rechtsstelsel en de wetenschappelijke verantwoording van het onderzoek
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702063:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Daalder & De Groot 1993, p. 216.
Hoogendijk-Deutsch & Samkalden 1978. Later opgevolgd door onder meer Kummeling 1988, De Poorter en Van Soest-Ahlers 2008 en de Awb-wetgever (zie daarvoor: Daalder & De Groot 1993, p. 216).
Zie voor andere ‘doelen’ van deskundigenadvisering: De Poorter en Van Soest-Ahlers 2008, p. 3-10.
Rb. Dordrecht 2 september 2009, ECLI:NL:RBDOR2009:BJ6294.
Rb. Midden-Nederland 9 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5355.
Advisering op grond van art. 97 jo art. 101 Reglement rijbewijzen jo. Regeling eisen geschiktheid 2000. Zie bijvoorbeeld: Rb. Midden-Nederland 7 juli 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2786.
Voor een bestuursorgaan volgt dit in algemene zin uit het zorgvuldigheidsbeginsel ex art. 3:2 Awb. Voor de rechter geldt de eis dat zijn beslissing voor partijen en de (eventueel) hogere rechter controleerbaar moet zijn (volgens onder meer HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203).
Herinnering van Van Ettekoven aan een opmerking van Schreuder-Vlasblom, zie: Van Ettekoven, O&A 2016/53, p. 82.
Bijvoorbeeld, maar niet uitputtend: Kummeling 1988; Van den Berg 1999; De Groot 2008.
Bijvoorbeeld, maar niet uitputtend: Hoogendijk-Deutsch & Samkalden 1978; Derksen 2008; Wagenaar, Israëls & Koppen 2009; Krans e.a. 2011; De Groot & Elbers 2008; Hesen, Lindenbergh & Van Maanen 2008.
Bijvoorbeeld de Wet deskundige in strafzaken, Stb. 2009, 33.
Bijvoorbeeld, de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beschikbaar via rechtspraak.nl) of de gedragscode voor gerechtelijk deskundigen bij de Afdeling bestuursrechtspraak (beschikbaar via raadvanstate.nl).
Onder kwaliteit versta ik in dit kader een rechtsbeslissing die is gebaseerd op een zo compleet mogelijke feitenvaststelling en steunt op een deugdelijke motivering.
Bijvoorbeeld, maar niet uitputtend: Hoving 2017; Faas 2019; Honkoop, Keijser & Tamminga 2022; Aalders, Sluysmans & Verburg 2018.
Over deskundigenadvisering in het juridische domein is al veel geschreven. Ik zal daar zo wat meer over zeggen. Ik attendeer de lezer eerst op de ‘plaats’ van het deskundigenadvies binnen het rechtsstelsel. Het deskundigenadvies staat binnen het Nederlandse rechtsstelsel niet alleen, maar maakt onderdeel uit van een meeromvattende categorie. Die categorie kan wel worden aangeduid als ‘advisering in het recht’. Hét overkoepelende doel van advisering in het recht is eraan bij te dragen dat de juridische beslis- en besluitvorming van een zo hoog mogelijke kwaliteit is. 1Vanuit deze doelstelling kunnen er verschillende typen advisering, met elk zijn eigen bijzonderheden worden onderscheiden. Maatgevend voor – maar niet beperkt tot – het bestuursrecht is de categorisering die Hoogendijk-Deutsch in haar invloedrijke VAR-preadvies over advisering heeft aangebracht.2 Zij onderscheidde het deskundigenadvies, het representatieadvies en het semirechterlijke advies.
In algemene zin gaat het bij een deskundigenadvies om het verschaffen van specialistische kennis waarover een rechter of een bestuursorgaan zelf niet beschikt, maar wel nodig heeft voor de vaststelling van de relevante feiten of de waardering van die feiten in het licht van een juridische norm. 3Van de deskundige wordt ter zake een specifieke materiedeskundigheid verlangd. Bestuursorganen en rechters worden dagelijks geconfronteerd met de meest uiteenlopende vragen. Gedacht kan worden aan de vraag naar de oorsprong van de verkleuring van een buitenkozijn, 4aan de vraag of er bij een erflater sprake was van een stoornis van de geestvermogens, 5of, aan de vraag of iemand lichamelijk geschikt is voor het besturen van motorrijtuigen. 6Heeft de rechter of het bestuursorgaan de benodigde kennis inzake die specifieke materie niet in huis, dan kan – en soms moet – hij de ontbrekende kennis extern inwinnen. 7In dat kader worden deskundigen wel omschreven als “de planken over het moeras van onwetendheid van de rechter”.8
Als gezegd, heeft deskundigenadvisering in het juridische domein altijd op veel belangstelling kunnen rekenen. Niet alleen mocht de rechtswetenschap en -praktijk zich de voorbije decennia verheugen op verscheidene invloedrijke proefschriften9 en gedegen literatuur,10 ook wetgever11 en rechtspraak12 lieten zich bepaald niet onbetuigd. De aandacht vanuit de verschillende juridische invalshoeken is mijns inziens ook terecht. Wanneer men namelijk uitgaat van het axioma – en dat doe ik – dat een hoge kwaliteit van juridische beslissingen wenselijk is, 13dan kan de inzet van deskundigen daar ontegenzeggelijk een bijdrage aan leveren. Zo kan de advisering door deskundigen bijvoorbeeld bijdragen aan de zorgvuldigheid van de voorbereiding van de juridische beslissing, kan de rationaliteit van die beslissing worden vergroot, omdat de beslissing steunt op een zo volledig mogelijke feitenconstellatie en kan een deskundigenadvies de deugdelijkheid van de motivering bevorderen.
Door een divers en groeiend aantal maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van de technologie, wetenschap en emancipatie wordt de maatschappij bovendien steeds complexer. De verschillende soorten specialisaties nemen toe en kennisdomeinen schijnen oeverloos. Deze maatschappelijke veranderingen werken ook door in de juridische besluitvorming en geschilbeslechting. De noodzaak tot het inwinnen van een deskundigenadvies neemt namelijk toe. Dat is een rechtsgebied-onafhankelijke ontwikkeling. Het is dan ook verklaarbaar dat de aandacht voor het verschijnsel deskundigenadvisering vanuit de wetenschap en de praktijk de laatste jaren een grote vlucht heeft genomen.14
Of dat nu eerst in de bestuurlijke besluitvormingsprocedure is, of eerst in de fase van geschilbeslechting bij de rechtbank, ik acht het goed dat deskundigen zo vroeg mogelijk in de procedure worden betrokken. Eerder wees ik al op een mogelijke positieve uitwerking op de zorgvuldigheid, rationaliteit en motivering van de juridische beslissing. De inzet van deskundigen kan daarnaast ook nog bijdragen aan de legitimiteit van de juridische beslissing. De (vaste) inschakeling van deskundigen creëert namelijk een extra stap in de beslis- en besluitvormingsprocedure die ervoor zorgt dat justitiabelen reeds in een vroeg stadium in die procedure worden betrokken. Al met al, mag de positieve invloed die van een goed opgesteld deskundigenadvies uitgaat op de kwaliteit en acceptatie van de juridische beslissing niet worden onderschat. Daarmee is dan ook meteen het potentieel van het deskundigenadvies gegeven, want een grotere acceptatie van juridische beslissingen leidt tot minder vervolgprocedures. En dat is dan op zijn beurt weer goed voor de Nederlandse rechtsorde in het algemeen. Met het voorgaande is het belang van juridisch onderzoek op het gebied van deskundigenadvisering gegeven.
Dit proefschrift gaat over een specifieke verschijningsvorm van het deskundigenadvies. Preciezer geformuleerd, gaat dit proefschrift over de deskundigen die worden ingeschakeld wegens de schadebegroting na een onteigening of een andere op zich rechtmatige overheidshandeling. Gelet op het belang en de actualiteit van dit soort overheidshandelingen, de centrale rol die deskundigen daarin vervullen en de al jarenlang levende veronderstelling vanuit de literatuur dat de positie van die deskundigen bijzonder is, is het opvallend dat fundamenteel rechtswetenschappelijk onderzoek tot op heden is uitgebleven. Dit onderzoek brengt daar verandering in.