Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/3.8:3.8 Samenvatting
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/3.8
3.8 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950452:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar kunnen uitsluitend kiezen voor het overdragen van rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten via de toezichtrechtelijke route. Dit is alleen anders in geval van een verzoek van een individuele verzekeringnemer aan een verzekeraar om de verzekeringsovereenkomst over te dragen aan een andere levensverzekeraar. Bij een portefeuilleoverdracht door een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar is er dus altijd sprake van toezicht van DNB op de overdracht, hoe klein de verzekeringsportefeuille ook is. Ook hiervoor is gekozen in verband met de sterkere binding aan de verzekeraar in het geval van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen dan in het geval van schadeverzekeringen. Als DNB instemt met de portefeuilleoverdracht dan hebben individuele polishouders geen mogelijkheid zich daaraan te onttrekken. Dit is alleen anders indien meer dan een vierde van de betrokken polishouders zich verzet, dan gaat de hele portefeuilleoverdracht niet door.
2. Een schadeverzekeraar kan kiezen tussen de toezichtrechtelijke route zoals beschreven in de Wft en de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW (contractsoverneming met medewerking van de polishouder). Indien de schadeverzekeraar kiest voor de toezichtrechtelijke route dan is er toezicht van DNB op de portefeuilleoverdracht, en de polishouder kan de schadeverzekeringsovereenkomst met de nieuwe schadeverzekeraar opzeggen indien hij niet verzekerd wenst te zijn bij deze verzekeraar.
3. Indien de schadeverzekeraar kiest voor de civielrechtelijke route en de polishouder kiest ervoor om geen medewerking te verlenen aan de overdracht, dan blijft deze polishouder achter bij de overdragende verzekeraar. De overdragende schadeverzekeraar zal deze verzekeringsovereenkomst waarschijnlijk op de prolongatiedatum niet willen verlengen. De polishouder moet dan “overstappen” naar een andere schadeverzekeraar. DNB houdt geen toezicht op de portefeuilleoverdracht via de civielrechtelijke route. Mogelijk meent een polishouder op het eerste gezicht dat het beter zou zijn als DNB ook toezicht zou houden op een portefeuilleoverdracht waarvoor de civielrechtelijke route wordt gevolgd, maar deze polishouder dient zich ook te realiseren dat er wel sprake is van doorlopend toezicht op de verkrijgende verzekeraar.
4. Een schadeverzekeraar die een grote verzekeringsportefeuille wil overdragen aan een andere schadeverzekeraar, kan beter voor de toezichtrechtelijke route kiezen. In het geval van een grote verzekeringsportefeuille moet de verzekeraar die de civielrechtelijke route zou volgen voor het verkrijgen van medewerking van de polishouders een groot aantal brieven of e-mailberichten versturen. Hij loopt dan tevens het risico dat polishouders laten weten dat zij geen medewerking verlenen. De schadeverzekeraars die een verzekeringsportefeuille aan elkaar willen overdragen, lopen dus het risico dat toch een aantal polishouders achterblijft bij de overdragende schadeverzekeraar. Voor de schadeverzekeraar is de civielrechtelijke route met name aantrekkelijk bij een kleine verzekeringsportefeuille. Het aantal te versturen brieven of e-mailberichten is overzichtelijk en als er al polishouders laten weten dat zij niet willen meewerken is het mogelijk daar persoonlijk contact mee te zoeken en om ervoor te kiezen om de polis op de prolongatiedatum niet te verlengen.
5. De verkrijgende schadeverzekeraar dient zich te realiseren dat, welke route ook wordt gevolgd, er altijd polishouders zullen zijn die “niet blijven of niet komen”. In het geval van een portefeuilleoverdracht volgens de toezichtrechtelijke route kunnen polishouders immers hun verzekering bij de verkrijgende schadeverzekeraar opzeggen, en in geval van de civielrechtelijke route kunnen polishouders ervoor kiezen geen medewerking te verlenen aan de overdracht. Hij doet er verstandig aan een risico-inschatting te maken om hoeveel polishouders dat zal gaan en hij moet er met de overdragende verzekeraar over onderhandelen of dit gevolgen heeft voor de koopprijs die zij zijn overeengekomen.
6. Indien de civielrechtelijke route zou worden opengesteld voor de levensverzekeraar en de natura-uitvaartverzekeraar, dan zou deze daar naar mijn mening (ook al zou het om een kleine verzekeringsportefeuille gaan) toch nooit voor kiezen.
7. Uit het standpunt in de parlementaire geschiedenis en juridische literatuur dat in het geval van de regeling van de portefeuilleoverdracht beschreven in §3.5.1a.1 Wft sprake is van een contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW waarbij de medewerking van de polishouder wordt vervangen door de instemming van DNB, vloeit voort dat wij ons in het geval van een portefeuilleoverdracht waarbij de toezichtrechtelijke route wordt gevolgd, aan de hand van art. 6:159 BW en de juridische literatuur en jurisprudentie over contractsoverneming een oordeel kunnen vormen welke rechten en verplichtingen door de portefeuilleoverdracht overgaan op de verkrijgende verzekeraar.
8. Dezelfde bevindingen over de rechten en verplichtingen die overgaan gelden dan ook indien door een schadeverzekeraar wordt gekozen voor de civielrechtelijke route van contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW indien hij rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekeringsovereenkomsten wenst over te dragen en wanneer een herverzekeraar rechten en verplichtingen uit herverzekeringsovereenkomsten overdraagt via deze civielrechtelijke route.
9. De polishouder heeft na de overdracht van de verzekeringsportefeuille door de overdragende verzekeraar aan de verkrijgende verzekeraar jegens de verkrijgende verzekeraar alle nevenrechten en verweermiddelen die hij voorafgaand aan de contractsoverneming had jegens de overdragende verzekeraar. In geval van contractsoverneming gaat immers de hele rechtsverhouding over.
10. De verkrijgende verzekeraar heeft na de overdracht van de verzekeringsportefeuille door de overdragende verzekeraar in principe ook alle nevenrechten en verweermiddelen die aan de overdragende verzekeraar toekwamen. Enkele juridische auteurs hebben echter voor specifieke situaties een andere opvatting over de wilsrechten.
11. Een portefeuilleoverdracht op grond van de toezichtrechtelijke route is uitsluitend beperkt tot de verzekeringsovereenkomsten. Voor andere overeenkomsten (zoals herverzekeringsovereenkomsten die zijn gesloten door de overdragende verzekeraar) moet een separate contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW volgen. Voor wat betreft de beleggingen die worden aangehouden ter dekking van de technische voorzieningen dienen voor de daartoe behorende goederen de daarvoor geldende leveringsvoorschriften te worden gevolgd.
12. De polishouder kan een buitencontractuele vordering alleen tegen de oude levensverzekeraar uitoefenen en niet tegen de nieuwe levensverzekeraar. Ik kan mij voorstellen dat een polishouder in een dergelijk toekomstbeeld aanleiding ziet om zich op grond van art. 3:119 Wft te verzetten tegen een voorgenomen portefeuilleoverdracht door een levensverzekeraar.
13. In het geval van een portefeuilleoverdracht volgens de toezichtrechtelijke route kunnen niet alleen rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekeringsovereenkomsten die tot de portefeuille behoren worden overgedragen, maar ook rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekeringsovereenkomsten die tot de portefeuille hebben behoord.