Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/1.3.1.6
1.3.1.6 Omgevingswet
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359677:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ministerie van VROM, Opdracht essays 2010. Naar aanleiding van dit voornemen heb ik gepleit voor samenhang, eenvoud en een integrale benadering (Van den Broek, Omgevingswet eenvoudig beter 2011).
Op 19 januari 2010 hield de toenmalige premier Balkende in Zoetermeer tijdens het Bouwhuisdebat een pleidooi voor één omgevingswet en één instrument voor de leefomgeving (Verbraeken, Eén omgevingswet 2010).
Ministerie van IenM, Beleidsbrief Eenvoudig Beter 2011, p. 2.
Adviesgroep Natuur, Borging, beweging en betrokkenheid 2011. Adviesgroep Milieu, Energie en Duurzaamheid, Regels die helpen 2011, Adviesgroep Verkeer en Vervoer, Voor een beter Nederland 2011, Adviesgroep Water, Naar één ge(s)laagde Omgevingswet 2011, Adviesgroep Wonen en Cultuur, Naar een vereenvoudigd en gebundeld Omgevingsrecht 2011.
Adviesgroepen Modernisering Omgevingsrecht, Gezamenlijk advies 2011.
Het Ministerie van IenM vraagt om een realistisch stelsel van samenhangend en toekomstbestendig omgevingsrecht dat volgens het Rijk recht doet aan de wens in de maatschappij om de inrichting van de fysieke leefomgeving op een snellere, doorzichtigere en eenvoudigere wijze aan de maatschappelijk gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen aanpassen.1 De minister van IenM is van oordeel dat een Omgevingswet2 onder meer zal leiden tot het inzichtelijker maken van de wettelijke kaders voor burgers, ondernemers en overheden, en het beter beheersbaar maken van ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. Een eenvoudiger en beter samenhangend omgevingsrecht draagt er volgens de minister vervolgens aan bij om actiever en efficiënter aan een dynamische en duurzame leefomgeving te kunnen werken. Onderwerpen die in de nieuwe wet worden geregeld verdwijnen uit de bestaande wetgeving; daartoe worden (delen van) bestaande wetten ingetrokken. De nieuwe wet zal daarmee volgens de minister een aanzienlijke reductie van regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving betekenen.3 In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de door het kabinet voorgestelde contouren van een Omgevingswet.
Eind 2011 brachten de vijfdoor de minister van IenM ingestelde Adviesgroepen Modernisering Omgevingsrecht elk een advies uit.4 Daarnaast brachten zij een gezamenlijk advies uit.5 In het gezamenlijk advies wordt als doel van de Omgevingswet genoemd een duurzame bescherming van de fysieke leefomgeving en van de mensen die in deze omgeving leven. Verder zijn 10 uitgangspunten voor de Omgevingswet geformuleerd:
1. De wet moet, conform de doelstelling van het omgevingsrecht, zijn gestoeld op een algemene zorgplicht voor de bescherming van de leefomgeving. De Omgevingswet moet in principe bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en moet leiden tot grotere transparantie en tot grotere betrokkenheid van burgers en bedrijven.
2. In de Omgevingswet moet alle (inhoudelijke) regelgeving, die te maken heeft met de fysieke leefomgeving, worden ondergebracht.
3. Het Europees recht is uitgangspunt voor de Omgevingswet. Waar mogelijk worden de richtlijnen overgenomen zonder verdere vertaling of uitwerking. Er dient aangesloten te worden bij de terminologie van het Europese recht.
4. Waar mogelijk wordt een programmatische aanpak gehanteerd.
5. Integratie van toetsingskaders (zoals gezondheid, veiligheid, ecosysteem, leefbaarheid, natuur en culturele waarden) naar één afwegingskader: bij een beslissing over een project of gebied alle aspecten van de leefomgeving in samenhang afwegen.
6. Een heldere verdeling van verantwoordelijkheden, waarbij sprake is van een hiërarchie van bestuursorganen en waarbij per initiatief één bestuursorgaan verantwoordelijk is voor afwegingen en voor samenhangende besluitvorming (conform systematiek Wro).
7. Regels over voorbereiding van besluiten, bezwaar, (hoger) beroep, toezicht en handhaving moeten op één plek (in één wet) worden vastgelegd.
8. Verminderen van onderzoekslast, gegeven de enorme onzekerheidsmarges, en een regeling voor de houdbaarheid van onderzoeksuitkomsten. Alle bestaande onderzoeksverplichtingen zouden geharmoniseerd en geabstraheerd op één plek (in één wet) moeten worden opgenomen.
9. Voorkeur voor algemene regels boven individuele toestemming volgens de ladder (voorkeursvolgorde): zorgplicht, algemene regels en vergunningplicht.
10. Ruimte bieden voor verbetering om een duurzame leefomgeving te bereiken, onder meer door experimenteerruimte en flexibele toetsingskaders (bijvoorbeeld stand still, step forward).
Een voor mijn onderzoek belangrijk uitgangspunt is dat alle inhoudelijke regelgeving die te maken heeft met de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet moet worden ondergebracht.