Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.G.2.e
e. Oude wijn in nieuwe zakken
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS474953:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zo vermeldt A. Bregman, Herverkaveling als instrument voor gebiedsontwikkeling, p. 9 dat de wederopbouw van de na het bombardement verwoeste binnenstad van Rotterdam in 1940 als eerste praktijkvoorbeeld van stedelijke herverkaveling in Nederland kan worden beschouwd. Een (historisch gezien) schril contrast met het hiervoor besproken ‘Duckstad-experiment’ uit 2012. Zie tevens J.M. Polak, Problemen van Nederlands ruilverkavelingsrecht, p. 10, J. Vink, ‘Planologie en ruilverkaveling’, in: TKL 1957, p. 163-169, alsmede H. de Wolff, ‘Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling”, p. 14.
Werkgroep Stedelijke vernieuwing, ‘Hoofdlijnen van een Wet op de stadsvernieuwing’, Bouwrecht Monografie nr. 1, Deventer: Kluwer 1971. Zie tevens H. de Wolff, ‘Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling”, p. 14-15.
Zie A. Bregman, Herverkaveling als instrument voor gebiedsontwikkeling, p. 14.
Voorontwerp van wet tot wijziging van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. Hoofdstuk IVa. Stedelijke herverkaveling, Delft/Amsterdam, 1985.
Hoe baanbrekend en ‘catchy’ voorgaande ontwikkelingen ook mogen lijken, het concept ‘stedelijke herverkaveling’ is goeddeels te bestempelen als oude wijn in nieuwe zakken. De gedachte om een van origine uitsluitend binnen het landelijk gebied in te zetten inrichtingsinstrument te transponeren naar ‘de (grote) stad’ is zeker niet nieuw.1 In zekere zin zou men kunnen zeggen dat het welhaast uit het collectieve geheugen verdwenen rapport van De Haan weer uit de kast is gehaald en is afgestoft2 De door De Haan in 1971 geslagen piketpalen staan anno 2014 nog goeddeels overeind, zo blijkt na bestudering en vergelijking van de rapporten uit de beide jaren.3 Het is daarom te verwachten dat ook bij het ontwerp van een wettelijke regeling het door De Haan in 1985 opgestelde concept-wetsvoorstel, 4 dat om onduidelijke redenen na publicatie van het toneel is verdwenen, mede als richtsnoer zal dienen.