Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/3.6.4:3.6.4 Publiekrechtelijke bescherming van telecomondernemingen
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/3.6.4
3.6.4 Publiekrechtelijke bescherming van telecomondernemingen
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS345813:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging van de Telecommunicatiewet ter voorkoming van ongewenste zeggenschap over elektronische communicatienetwerken en -diensten waarvan misbruik of uitval de nationale veiligheid of openbare orde kan bedreigen (Wet voorkoming ongewenste zeggenschap telecommunicatie) (consultatievoorstel), te raadplegen via https://www.internetconsultatie.nl/telecommunicatie. Zie ookKamerstukken II 2013/2014, 24 095, nr. 368, p. 5/6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar aanleiding van Kamervragen omtrent de overnamepoging van KPN door América Móvil (AMX) in de zomer van 2013, heeft de minister van Economische Zaken de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de gevolgen van een overname van een telecombedrijf als KPN voor de publieke belangen. Tot die publieke belangen zouden economische belangen en nationale veiligheid behoren.
De minister van Economische Zaken concludeerde dat de economische belangen als keuzevrijheid, een goede prijs/kwaliteitsverhouding en innovatie bij een telecomonderneming als KPN het best worden geborgd in een goed werkende en concurrerende telecommarkt met goed presterende bedrijven waar effectieve mededinging geborgd wordt door wetgeving en toezicht.1 Die economische belangen zouden in beginsel niet worden beïnvloed door een eventuele overname van KPN door AMX, omdat KPN ook na de overname gebonden zou blijven aan contractuele relaties die zij met klanten is aangegaan en KPN zou moeten blijven voldoen aan alle huidige wettelijke verplichtingen zoals die in Nederland gelden en waarvan de naleving daarvan onder toezicht staat van de toezichthouders Autoriteit Consument en Markt (ACM) en het Agentschap Telecom.2 De publieke belangen als overheidsdiensten die afhankelijk zijn van de ICT-infrastructuur onder beheer van telecombedrijven als KPN, (continuïteit van) de dienstverlening door KPN, integriteit, beveiliging en informatiebeveiliging zouden over het algemeen voldoende zijn geborgd door bestaande wet- en regelgeving als de Telecommunicatiewet.3
Naast deze publieke belangen spelen er in de telecommunicatiesector ook publieke belangen aangaande de nationale veiligheid en openbare orde, zoals uitval en/of misbruik van telecommunicatie-infrastructuur, informatie die telecombedrijven op wettelijke gronden verschaffen aan de Nederlandse inlichtingen- en opsporingsdiensten en netwerken die gebruikt worden om vertrouwelijke informatie te versturen.4 De minister onderkende dat met name een overname van KPN door buitenlandse bedrijven die direct of indirect onder oneigenlijke invloed staan, gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid.5 Het zou aan de overheid zijn om deze kwetsbaarheden zo volledig mogelijk te ondervangen via wet- en regelgeving, adequaat toezicht en waar het dienstverlening betreft aanvullend via contractuele afspraken.6 In algemene zin zouden hiertoe de Telecommunicatiewet, de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 en de Wet veiligheidsonderzoeken moeten dienen. Om risico’s te beperken is volgens de minister een aanvullend instrument nodig waarmee het verkrijgen van overwegende zeggenschap getoetst wordt aan de nationale veiligheid. Daartoe heeft de minister van Economische Zaken op 16 februari 2017 een voorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet ter consultatie aan de markt gelegd. Het voorstel houdt in dat aan de minister van Economische Zaken de bevoegdheid wordt toegekend om het houden of verkrijgen van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden, indien deze zeggenschap leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector en hierdoor de nationale veiligheid of openbare orde in gevaar kan komen.7 Het voorstel is vergelijkbaar met de vvgb-procedure bij financiële ondernemingen.
Geconcludeerd kan worden dat de economische belangen in geval van een vijandige overname van een telecomonderneming voldoende zijn geborgd door bestaande wet- en regelgeving. Hetzelfde geldt voor de borging van de overige publieke belangen, zij het dat voor wat betreft de nationale veiligheid en openbare orde aanvullende bevoegdheden zouden moeten toekomen aan de minister. In de volgende paragraaf 3.6.5 ga ik in op de vraag of naast deze (toekomstige) wet- en regelgeving nog privaatrechtelijke bescherming, bijvoorbeeld in de vorm van beschermingsprefs, opportuun is.