Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/274
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Schending van onmiddellijkheidsbeginsel, doordat mondelinge behandeling ten overstaan van rechter-commissaris is gehouden en partijen niet gelegenheid hebben gehad hun standpunten toe te lichten ten overstaan van meervoudige kamer die beslissing heeft genomen?
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:129
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/01975
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:129, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1280, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑11‑2025
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Schending van onmiddellijkheidsbeginsel, doordat mondelinge behandeling ten overstaan van rechter-commissaris is gehouden en partijen niet gelegenheid hebben gehad hun standpunten toe te lichten ten overstaan van meervoudige kamer die beslissing heeft genomen?
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01975
Datum 30 januari 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
[verweerder],
wonende te Burgum,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. G.R.B. van Peursem:
Deze zaak gaat in cassatie alleen over het volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.