Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/269
Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid commissaris jegens derde wegens onbehoorlijk toezicht; motivering aansprakelijkheidsoordeel. Cassatieprocesrecht; omvang repliek in cassatie.
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:128
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/03164
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:128, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:755, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑08‑2024
- Wetingang
Art. 2:140 BW
Essentie
Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid commissaris jegens derde wegens onbehoorlijk toezicht; motivering aansprakelijkheidsoordeel. Cassatieprocesrecht; omvang repliek in cassatie.
Samenvatting
Het hof heeft geconcludeerd dat hetgeen het heeft overwogen leidt tot aansprakelijkheid van erflater en eiser 2 voor de door Fairstar en Dockwise geleden schade. Hiermee heeft het hof zijn oordeel dat erflater en eiser 2 in hun functie van commissaris (ook) jegens Dockwise ernstig verwijtbaar onrechtmatig hebben gehandeld, onvoldoende gemotiveerd, mede gelet op de hoge drempel die in het algemeen geldt voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen (HR 5 september 2014, NJ 2015/22, m.nt. P. van Schilfgaarde). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.