Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.5.4:6.5.4 Andere ‘organisaties’ dan bedrijf, beroep en overheid
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.5.4
6.5.4 Andere ‘organisaties’ dan bedrijf, beroep en overheid
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS300399:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo zou bijvoorbeeld een vereniging de kosten van aansprakelijkheid of verzekeringspremies kunnen doorberekenen in de te betalen contributie, een onderwijsinstelling in het te betalen ‘collegegeld’ en zouden bedoelde kosten voor ziekenhuizen verdisconteerd kunnen worden in de premies voor de verplichte zorgverzekering.
Par. 6.2.
Par. 6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De argumenten (a) t/m (h) op basis waarvan blijkens de wetsgeschiedenis ervoor is gekozen de ex art. 6:181 aansprakelijke persoon te omschrijven als degene die een ‘bedrijf’ uitoefent – zie par. 6.5.1 –, sluiten evenmin uit dat ook andere deelnemers aan het maatschappelijk verkeer dan een ‘bedrijf, beroep of overheid’ onder de werkingssfeer van art. 6:181 vallen. Bedoelde argumenten – met als kanttekening dat het profijtbeginsel niet beslissend is – hebben ook geldingskracht wanneer ‘organisaties’ als een ziekenhuis, onderwijsinstelling, stichting of vereniging zich in het kader van hun activiteiten bedienen van andermans zaken als bedoeld in art. 6:173, 174 en 179. Alsdan verkeren zij – en niet (langer) de ‘achterliggende’ bezitter – in de beste positie om invloed op de aan de zaak verbonden risico’s uit te oefenen en schade te voorkomen. Tevens nemen ook andersoortige organisaties dan een bedrijf, beroep of overheid als eenheid deel aan het maatschappelijk verkeer, kan sprake zijn van de inschakeling van hulppersonen en hulpzaken en zullen interne verhoudingen voor derden evenmin altijd gemakkelijk te doorgronden zijn. Deze organisaties kunnen derhalve evenzeer het gewenste ‘centrale adres’ voor aansprakelijkheid vormen. Bovendien hebben ook zij de mogelijkheid – al dan niet door middel van een verzekering – om op relatief eenvoudige wijze aan schadespreiding te doen.1 Tevens zullen ook hun activiteiten regelmatig in zekere zin gericht zijn op het verkrijgen van profijt, al is dat alleen maar om te kunnen blijven voortbestaan. Kortom, de achtergrond en strekking van art. 6:181 staan er niet aan in de weg om deze aansprakelijkheid ook toe te passen op andersoortige georganiseerde verbanden dan ‘bedrijf, beroep of overheid’ zodra zij zich in het kader van hun activiteiten bedienen van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken. In deze richting tendeerde overigens al de toelichting op het bedrijfsbegrip van art. 6:181,2 welk spoor inmiddels ook in de doctrine en feitenrechtspraak wordt gevolgd.3