Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.1.4.1:17.3.1.4.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.1.4.1
17.3.1.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493607:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 14.4.2.5 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerder kwam ter sprake dat het eindpunt van de criminal charge in fiscale boetezaken ligt op het moment waarop de boete onherroepelijk wordt, dat wil zeggen na eventueel bezwaar en beroep tegen de boetebeschikking.1 Het boeterechtelijk zwijgrecht ex art. 5:10a Awb is niet alleen toepasselijk in de fase van voorbereiding van de boetebeschikking, die hiervoor centraal stond. Het is ook van toepassing nadat die beschikking aan de betrokkene bekend is gemaakt en die daartegen bezwaar maakt. Het boeterechtelijk zwijgrecht in de beroepsfase is vastgelegd in art. 8:28a Awb. In de bezwaar- en beroepsfase spelen enkele bijzonderheden betreffende het boeterechtelijk zwijgrecht. In de bezwaarfase is dit vooral de spanning met de motiveringsplicht (zie § 17.3.1.4.2). In de beroepsfase spelen de algemene beginselen van behoorlijk procesrecht een rol (§ 17.3.1.4.3).