Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/2.4.2:2.4.2 ‘Vrije’ en ‘onvrije’ werkers
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/2.4.2
2.4.2 ‘Vrije’ en ‘onvrije’ werkers
Documentgegevens:
Robert Knegt, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Robert Knegt
- JCDI
JCDI:ADS288400:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast deze werkers die hun ‘vrijheid’ sterk verbonden wisten met de institutionele structuur waarvan zij deel uitmaakten, was er een laag van ‘onvrije’ (want: niet institutioneel ingekaderde) werkers. Dagloners in de stad verzamelden zich ’s ochtends op een vaste, aan de tak van nijverheid gekoppelde plek: in Amsterdam bijvoorbeeld lossers in de haven, mannen voor divers werk op de Nieuwe Brug, vrouwen voor textielarbeid in een hoek van de Dam. Daar werden ze opgepikt door bazen die hen meenamen en aan het werk zetten tegen een dagloon dat vaststond – althans eeuwenlang hetzelfde was.
Al sinds de 15e eeuw was er dus ook in steden een ‘duale arbeidsmarkt’: een bovenlaag van met gilden verbonden ambachtslui en gezellen (die soms slechts 30%, maar soms ook 80% van de werkers in de stad konden omvatten) en een onderlaag van ‘onvrije’ kleinhandelaars en dagloners.1 Dat niet alle werkers onder het gilde vielen, deed niet af aan de invloed van het normatieve kader van de gilden op de arbeidsverhoudingen. Tot diep in de 19e eeuw waren de gilden bepalend voor de sociale standaarden.2