Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.5.3
3.2.5.3 De systematiek van de Wet bodembescherming als voorbeeld
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353802:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Van den Broek, T&C Wet bodembescherming 2012. Op 12 juli 2011, het moment waarop ik par. 3.2.5.3 schreef, waren de op dat moment geldende artikelen van de Wet bodembescherming genummerd 1 tot en met 106. In de genoemde 117 artikelen zijn niet meegerekend de artikelen 100-104, die wijzigingen bevatten in andere regelgeving. Van de overige artikelen zijn er 16 vervallen. Voorts zijn er 32 artikelen toegevoegd met een letteraanduiding, zoals art. 2a.
I Algemeen, II Technische commissie bodembescherming, III Algemene bepalingen ter bescherming van de bodem, IV Algemene bepalingen in geval van verontreiniging van de bodem, V Vrijstelling en ontheffing, VI Onderzoek in het belang van de bescherming van de bodem, VII Financiële bepalingen, VIII Beroep op de administratieve rechter, IX Verdere bepalingen, X Handhaving en XI Overgangs- en slotbepalingen.
Zie par. 2.3.2.
Aan de hand van de systematiek van de Wet bodembescherming zal ik illustreren op welke wijze een wetssysteem op zichzelf reeds - dus los van de inhoud van de daarin opgenomen regels - behulpzaam kan zijn bij het bevorderen van de kenbaarheid van de daarin opgenomen regels. Daarbij zal tevens worden toegelicht wat het betekent dat een wetssysteem probleem-georiënteerd is.
Het wetssysteem van de Wet bodembescherming bestond op 12 juli 2011 uit 117 artikelen die handelen over de bescherming van de bodem.1 Stellen we ons voor dat al die artikelen zouden zijn geordend op de wijze zoals dat bij een telefoonboek gebruikelijk is, te weten alfabetisch. Het zal duidelijk zijn dat zulks tot weinig overzicht zou leiden. Wie wil weten hoe hij een bodemsanering moet uitvoeren, zou dan immers net zolang moeten lezen totdat hij de regel tegenkomt die thans in artikel 38 lid 1 Wbb is opgenomen: 'Degene die de bodem saneert, voert de sanering zodanig uit dat: a. de bodem ten minste geschikt wordt gemaakt voor de functie die hij na de sanering krijgt waarbij het risico voor mens, plant of dier als gevolg van blootstelling aan de verontreiniging zoveel mogelijk wordt beperkt; b. het risico van de verspreiding van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. de noodzaak tot het nemen van maatregelen en beperkingen in het gebruik van de bodem als bedoeld in artikel 39d zoveel mogelijk wordt beperkt (. ).' Hij zal ook daarna verder moeten lezen om er zeker van te zijn dat hij geen regel mist die over de uitvoering van bodemsanering gaat. Naarmate het om omvangrijker regelcomplexen gaat is het des te meer van belang dat een wetssysteem overzicht biedt.2 In de Wet bodembescherming is in het licht van de gestelde vraag sprake van een dergelijke systematiek.
De eerste via de formele wetssystematiek kenbaar gemaakte materiële systematiek die opvalt is dat de Wet bodembescherming bestaat uit 11 hoofdstukken.3 Deze systematiek geeft de gebruiker op zichzelf reeds enig houvast ten aanzien van wat hij aan regels in elk hoofdstuk mag verwachten. Wie regels zoekt over verontreiniging van de bodem, zal -ook zonder juridische voorkennis - waarschijnlijk hoofdstuk IVAlgemene bepalingen in geval van verontreiniging van de bodem opslaan. Wie een antwoord zoekt op de vraag hoe hij de bodem mag of moet saneren, zal op basis van de hoofdstukindeling wellicht niet meteen naar dit hoofdstuk gaan, maar waarschijnlijk in elk geval niet naar hoofdstuk VIIIBeroep op de administratieve rechter.
Genoemde gebruiker wordt waarschijnlijk wel goed bediend doordat binnen elk hoofdstuk weer is gekozen voor een zekere systematiek. Zo kent hoofdstuk IV een paragraaf 1Algemeen, paragraaf 2Bevoegdheden bij ernstige verontreiniging of aantasting van de bodem ten gevolge van een ongewoon voorval, paragraaf 3Sanering, paragraaf 3aBijzondere bepalingen inzake sanering van bedrijfsterreinen, paragraaf 4Verplichte aankoop door gemeenten bij ernstige verontreiniging en paragraaf 5Bijzondere regels inzake sanering van de waterbodem. Het ligt voor de hand dat degene die een antwoord zoekt op de vraag hoe hij een bodemsanering moet uitvoeren gaat lezen in paragraaf 3. Dat antwoord zal hij, zoals eerder opgemerkt, vinden in artikel 38 van die paragraaf.
Bij dit alles dienen wij ons te realiseren dat de desbetreffende gebruiker om bij paragraaf 3 uit te komen nog geen enkel wetsartikel heeft hoeven te lezen. Hij heeft 'slechts' de opschriften van de hoofdstukken en de daaronder ressorterende paragrafen behoeven te lezen. Daaruit valt af te leiden dat een goed vormgegeven wetssysteem als zodanig reeds van essentieel belang is voor de kenbaarheid van het systeem. Dat is in het geschetste voorbeeld mede te danken aan de formele wetssystematiek,4 maar zeker ook door de materiële wetssystematiek die ertoe heeft geleid dat de onderling samenhangende regels inzake sanering van de bodem zijn opgenomen in het subwetssysteem van paragraaf 3 van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming.