Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.1
1.1 Tenuitvoerlegging en Interne Markt
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS374606:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Pb EG L 12 van 16 januari 2001, p. 1 (hierna: de EEX-Verordening).
Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet betwiste schuldvorderingen, Pb EU L 143 van 30 april 2004, p. 15 (hierna: de EET-Verordening). Zie uitgebreid over deze verordening hoofdstuk 5.
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Brussel 27 september 1968 (Trb. 1969, 101) zoals gewijzigd door diverse Toetredingsverdragen (hierna: het EEX-Verdrag) en Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Lugano 16 september 1988 (Trb. 1989, 58) (hierna: het EVEX-Verdrag).
Hetzelfde regime geldt ook onder het EVEX-Verdrag.
M. Storme (ed.), Rapprochement du Droit Judiciaire de l'Union européenne, Approximation of Judiciary Law in the European Union, Dordrecht: Martinus Nijhoff Publishers 1994. De Commissie-Storme is op particulier initiatief tot stand gekomen en heeft getracht voorstellen tot een gedeeltelijke harmonisatie van het burgerlijk procesrecht van de lidstaten te doen. De resultaten van deze commissie hebben echter niet tot een richtlijnvoorstel geleid (F. de Ly, Europese Gemeenschap en Privaatrecht, oratie EUR, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 9).
Harmonisatie van de rechtsregels binnen de Europese Gemeenschap dient te worden onderscheiden van de unificatie van de regelgeving. Unificatie van rechtsregels kan slechts door middel van Europese verordeningen geschieden, aangezien afwijking daarvan niet mogelijk is. Voor een nadere uitwerking van het verschil tussen harmonisatie en unificatie wordt verwezen naar R.H. Lauwaars, J.M. Maarleveld, Harmonisatie van wetgeving in Europese organisaties, Europese Monografieën deel 33, Deventer: Kluwer 1987.
Schwartze is van mening dat de verschillen in de kosten ook indirect de vier vrijheden beperken die ten grondslag liggen aan het EG-recht. Ondernemingen zouden in verband met deze verschillen wel eens minder snel geneigd kunnen zijn om in een lidstaat met hoge proceskosten (inclusief die van de tenuitvoerlegging) activiteiten te verrichten (A. Schwartze, 'Enforcement of Private Law: The Missing Link in the Process of European Harmonisation', ERPL 2000, p. 135 (i.h.b. p. 139)).
Juist door het dwangkarakter van het procesrecht (formele recht) kan een vordering gebaseerd op materieel recht geëffectueerd worden (A. Schwartze, ERPL 2000, p. 135).
De binnen de Europese Unie in te voeren interne markt dient niet met de Gemeenschappelijke Markt te worden verward. De Gemeenschappelijke Markt blijft naast de interne markt bestaan. Voor de verschillen tussen de Gemeenschappelijke Markt en de interne markt wordt verwezen naar K. Lenaerts, P. Van Nuffel, Europees recht in hoofdlijnen, 1999, nr. 80 e.v.
Kennett (2000), p. 39.
Wanneer het geschil tussen partijen door de rechter is beslecht, komt de tenuitvoerlegging van diens beslissing aan de orde. De tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing verloopt niet altijd even gemakkelijk, zelfs niet binnen de grenzen van een staat. Voor de feitelijke executie is vaak inschakeling van een intermediair, in Nederland een deurwaarder, noodzakelijk. En hoe dient de tenuitvoerlegging van een beslissing van een buitenlandse rechter in Nederland te geschieden? Kan een vreemde rechterlijke beslissing eigenlijk in Nederland worden erkend? Wordt de beslissing niet erkend, dan kan van een tenuitvoerlegging geen sprake zijn.
In deze studie wordt aandacht besteed aan de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie. Centraal staat de vraag in hoeverre de bestaande regelingen op het terrein van het internationaal burgerlijk procesrecht vereenvoudigd kunnen worden. Bij de huidige stand van zaken zijn deze regelingen nog steeds noodzakelijk, aangezien het nationale procesrecht van de lidstaten van elkaar verschilt. Nadat de diverse regelingen de revue hebben gepasseerd, wordt in de slotbeschouwingen aandacht aan de vraag besteed of binnen de Europese Unie harmonisatie van het procesrecht kan leiden tot een oplossing van de bestaande problemen. De vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen kan eveneens worden bewerkstelligd door het afschaffen van de intermediaire procedure in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Een dergelijke intermediaire procedure wordt door de bestaande regelingen, zoals bijvoorbeeld de EEX-Verordening1, vereist. Op 21 oktober 2005 wordt de EET-Verordening van toepassing.2 Zoals in deze studie blijkt, vereenvoudigt deze verordening de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie door onder voorwaarden de mogelijkheid tot de waarmerking van een rechterlijke beslissing met een Europese executoriale titel te creëren. De gewaarmerkte beslissing kan zonder een intermediaire procedure in een andere lidstaat ten uitvoer worden gelegd. Alvorens de regeling van de EET-Verordening te onderzoeken, zal aandacht aan de regeling van de intermediaire procedure van de EEX-Verordening respectievelijk van het EEX-Verdrag en van het EVEX-Verdrag worden besteed.3
Op het terrein van de erkenning en de tenuitvoerlegging van vreemde beslissingen spelen verdragen en thans ook Europese verordeningen, een belangrijke rol, waarbij in het bijzonder gewezen dient te worden op het EEX-Verdrag en op het EVEX-Verdrag, welke verdragen al geruime tijd de grensoverschrijdende executie vereenvoudigen. Deze verdragen bevatten een regeling van de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Op basis van deze verdragen is het mogelijk dat een onder het toepassingsgebied van deze verdragen vallende beslissing van een rechter uit een verdragsstaat in een andere verdragsstaat op een vereenvoudigde manier erkend en ten uitvoer wordt gelegd, mits deze wordt voorzien van een rechterlijke toestemming, het zgn. exequatur.
Het internationale rechtsverkeer is sinds de inwerkingtreding van de zojuist genoemde verdragen aanzienlijk veranderd. Zoals nog zal blijken, is het EEX-Verdrag in het kader van de samenwerking binnen de Europese Gemeenschap tot stand gekomen. Doordat dit verdrag is opgesteld in een tijd dat de volkenrechtelijke soevereiniteit van de afzonderlijke lidstaten van de Europese Gemeenschap nog op de voorgrond stond, wordt in het kader van dat verdrag steeds een inschakeling vereist van een rechter van de lidstaat waar de tenuitvoerlegging dient plaats te vinden. Dit betekent een vertraging van het tenuitvoerleggingsproces. Malafide debiteuren worden hierdoor in de kaart gespeeld. Aangezien de rechtzoekende door de vertraging schade kan lijden, moeten de hinderpalen die tot een dergelijke vertraging leiden tot een minimum worden beperkt. Er valt bijvoorbeeld te denken aan het 'omdraaien' van het nemen van het initiatief om te komen tot een toetsing van de beslissing in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Onder het regime van het EEX-Verdrag moet degene die een buitenlands vonnis ten uitvoer wil leggen, de rechter inschakelen van de staat alwaar de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden.4 De tenuitvoerlegging van een beslissing uit een andere staat kan sneller en soepeler verlopen, indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden en in wiens vermogen de tenuitvoerlegging derhalve wordt verricht, het initiatief zou moeten nemen om een rechter te adiëren om de tenuitvoerlegging te voorkomen.
Bij de harmonisatie van het recht van de lidstaten van de Europese Gemeenschap heeft het burgerlijk procesrecht niet op de voorgrond gestaan. In verordeningen en richtlijnen is met name aandacht besteed aan onderdelen van het materiële privaatrecht. Het burgerlijk procesrecht is op Europees niveau slechts onderwerp geweest van de voorstellen die zijn uitgebracht door de Commissie-Storme.5 Het materiële privaatrecht zal echter niet in zijn geheel geharmoniseerd worden. De onderwerpen die niet samenhangen met de in art. 2 EG genoemde doelstellingen van de Europese Gemeenschap, vallen niet onder de door de Gemeenschap uit te oefenen bevoegdheden. Deze onderwerpen kunnen door de Gemeenschap niet worden geharmoniseerd. Harmonisatie van de wetgeving is een 'instrument' van de Europese Gemeenschap ter verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt en de vier vrijheden, een en ander binnen de door het primaire gemeenschapsrecht geboden grenzen.6
De verschillen tussen de procesrechtelijke stelsels van de lidstaten leiden ertoe dat men weliswaar het 'recht' bij de rechter kán halen, maar dat de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing in sommige gevallen zodanig hoge kosten met zich kan meebrengen, dat justitiabelen ontmoedigd worden om een procedure te voeren.7 Een ander probleem ontstaat als men wel een veroordelend vonnis van een rechter kan verkrijgen, maar deze beslissing in de staat alwaar zich bijvoorbeeld het vermogen van de schuldenaar bevindt niet tijdig en op een effectieve wijze ten uitvoer kan worden gelegd. Indien men een rechterlijke beslissing niet kan executeren, wordt het dwingende karakter aan het materiële privaatrecht ontnomen.8
De noodzaak voor het aanpassen dan wel verbeteren van de procesrechtelijke regels in de verschillende lidstaten vindt zijn oorzaak in het tot stand brengen van een interne markt.9 Het aanpassen van de regels van het procesrecht vormt een van de sluitstukken bij de voltooiing van de interne markt.10