Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.3:A.2.3 Commissie/Finland
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.3
A.2.3 Commissie/Finland
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634735:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Finland worden dividenduitkeringen aan in Finland gevestigde pensioenfondsen belast tegen een tarief van 19,5% of zoveel minder bij toepassing van een bilateraal belastingverdrag. Finse pensioenfondsen mogen de bedragen die aan de voorzieningen worden toegevoegd om aan hun pensioenverplichtingen te kunnen voldoen aftrekken, hetgeen er in feite op neerkomt dat de dividenden van Finse pensioenfondsen zijn vrijgesteld van belasting. Voor niet-ingezeten pensioenfondsen is er geen vergelijkbare voorziening. Volgens de Commissie is de Finse regeling in strijd met artikel 63 VWEU en startte daarom een infractieprocedure tegen Finland. Het HvJ is van oordeel dat een dergelijke ongunstige behandeling in andere lidstaten gevestigde vennootschappen ervan doen afzien in Finland te investeren en vormt dus een beperking van het vrij verkeer van kapitaal. Naar de mening van het HvJ zijn de situaties van ingezeten en niet-ingezeten pensioenfondsen objectief vergelijkbaar, omdat de bijzondere doelstelling van pensioenfondsen (kapitaal opbouwen door beleggingen die een inkomen opleveren in de vorm van met name dividend om te kunnen voldoen aan toekomstige pensioenverplichtingen) zowel voor ingezeten als niet-ingezeten pensioenfondsen geldt. Het argument dat ingezeten en niet-ingezeten pensioenfondsen zich in verschillende situaties bevinden enkel omdat van niet-ingezeten pensioenfondsen een bronbelasting wordt geheven, wordt door het HvJ afgewezen. De aangevoerde rechtvaardigingsgrond dat het onderscheid noodzakelijk is om de samenhang in het belastingstelsel te handhaven, wordt door het HvJ eveneens afgewezen omdat niet is aangetoond dat het aan ingezeten pensioenfondsen toegekende belastingvoordeel wordt gecompenseerd door een bepaalde heffing, waardoor wordt gerechtvaardigd dat dividenduitkeringen aan niet-ingezeten pensioenfondsen worden belast.