Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.2.3:5.7.2.3 Verjaarde strafbare feiten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.2.3
5.7.2.3 Verjaarde strafbare feiten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859226:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Amendement nr. 33, Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/6, p. 4 en Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 26.
Amendement nr. 33 is ingetrokken door amendement nr. 41, Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/6, p. 7 en Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 28. Amendement nr. 41 heeft het evenmin gered, Casman 2013, p. 16.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 15. Vgl. ook Casman 2013, p. 16.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 28. Vgl. ook Casman 2013, p. 16.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 29. Vgl. ook Casman 2013, p. 16.
Zie hierover par. 2.3.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 4.6 § 1, 2° BBW spitst zich toe op de situatie dat geen schuldigbevinding is gevolgd vanwege het overlijden van de dader. Het strekt zich niet uit tot de situatie dat een schuldigbevinding uitblijft, omdat het strafbare feit is verjaard. Dit is gedurende de parlementaire behandeling geen onbetwist punt geweest. Er is een amendement ingediend om de onwaardigheid ook te laten gelden indien de strafbare feiten zijn verjaard.1 Dit amendement heeft het niet gehaald.2 Als reden tegen deze uitbreiding is genoemd dat het voor problemen kan zorgen, omdat verjaring van openbare orde is. Er mag niet voorbijgegaan worden aan strafrechtelijke mechanismen om koste wat kost civielrechtelijke gevolgen in te bouwen.3 Daarbij is opgemerkt dat het niet logisch is als het na het overlijden van de dader plotseling mogelijk wordt om tot onwaardigheid te komen als dit tijdens leven onmogelijk is, omdat de dader niet strafrechtelijk kan worden vervolgd door verjaring van het strafbare feit.4 Voorts wordt gewezen op het feit dat de maatschappij reeds de kans heeft gehad om de nodige maatregelen te treffen. Als dat niet is gebeurd en het Openbaar Ministerie is niet opgetreden, dan zullen daar wel redenen voor zijn, zo werd gezegd.5
Civielrechtelijk kan dus geen onwaardigheid (meer) volgen als het strafbare feit is verjaard. Dat wil zeggen als sprake is van vervolgingsverjaring, hetgeen inhoudt dat vervolging van het strafbare feit niet meer mogelijk is. Naar Nederlands recht heb ik betoogd dat vervolgingsverjaring onwaardigheid niet in de weg hoeft te staan. Dit staat los van de vraag of de dader voor of tijdens het strafproces is overleden.6