Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.6
7.6 Het Verdrag van Nice
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450506:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Conclusies van de Europese Raad van 7, 8 en 9 december 2000, onder ‘II. Intergouvernementele conferentie’. Het Verdrag van Nice is gepubliceerd in PbEG 2001, C 80/1.
Artikel 1 tot en met 4 Verdrag van Nice.
De enige wijziging waar in dit verband op gewezen kan worden, is die van artikel 100 EG-verdrag (dit was voor het Verdrag van Amsterdam artikel 103A, zie par. 6.8.2.2). Hierin is vastgelegd dat de Raad onder bepaalde voorwaarden financiële bijstand aan een lidstaat kan verlenen. Er moet dan sprake zijn van moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen. Het Verdrag van Nice wijzigt dit in ‘natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen’.
Artikel 3, eerste lid, sub a, Protocol betreffende de uitbreiding van de Europese Unie, PbEG 2001, C 80/50.
Artikel 104, zesde lid, EG-verdrag.
De oorspronkelijke verdeling van stemmen en het quotum is te vinden in artikel 148, tweede lid, EEG-verdrag. Sinds het Verdrag van Amsterdam is dit artikel hernummerd naar artikel 205, tweede lid, EG-verdrag. Bij de toetreding van nieuwe lidstaten worden het quotum en de hoeveelheid stemmen per lidstaat zoals vastgelegd in dit artikel steeds gewijzigd. Dit gebeurt via de zogeheten ‘Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen’.
Dit is het geval als het gaat om een besluit dat moet worden genomen op voorstel van de Europese Commissie, zie artikel 205, tweede lid, EG-verdrag, zoals gewijzigd door Artikel 3, eerste lid, sub a, onder i, Protocol betreffende de uitbreiding van de Europese Unie. Aangezien het besluit van de Raad dat een lidstaat een buitensporig tekort heeft, op grond van artikel 104, zesde lid, EG-verdrag altijd wordt genomen op aanbeveling van de Commissie, is alleen deze situatie hier aan de orde. Bij andere besluiten (die niet op voorstel van de Commissie worden genomen), moet ten minste tweederde van de leden voorstemmen voor een gekwalificeerde meerderheid.
Artikel 205, vierde lid, EG-verdrag. Dit percentage is vooralsnog niet aangepast bij de toetreding van nieuwe lidstaten.
Bijna twee jaar na de start van de derde fase van de EMU, bereikte de Europese Raad tijdens een top in december 2000 in Nice een akkoord over een nieuw verdrag.1 Dit Verdrag van Nice werd ondertekend op 26 februari 2001 en trad na de ratificatieperiode in werking op 1 februari 2003.
Net als het Verdrag van Amsterdam wijzigt het Verdrag van Nice het VEU, het EG-verdrag, het Euratom-verdrag en het EGKS-verdrag.2 Deze wijzigingen hebben, evenals de veranderingen van het Verdrag van Amsterdam, nauwelijks gevolgen voor de EMU.3 Wel voegt het Verdrag van Nice een protocol toe aan het VEU, met belangrijke consequenties voor de buitensporigtekortprocedure. Het ‘Protocol betreffende de uitbreiding van de Europese Unie’ wijzigt per 1 januari 2005 de stemverhoudingen in de Raad en het idee van een gekwalificeerde meerderheid.4 De Raad besluit op aanbeveling van de Europese Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen of een lidstaat een buitensporig tekort heeft.5 Voor het Verdrag van Nice diende voor een gekwalificeerde meerderheid een bepaald quotum bereikt te zijn, dat, net als de hoeveelheid stemmen die iedere lidstaat heeft, verandert bij de toetreding van nieuwe lidstaten.6 Per 1 januari 2005 worden aan het idee van een gekwalificeerde meerderheid twee eisen toegevoegd. Ten eerste moet, naast het behalen van het quotum, een meerderheid van de leden hebben voorgestemd.7 Ten tweede moeten de lidstaten die de gekwalificeerde meerderheid vormen ten minste tweeënzestig procent van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigen.8 Een lid van de Raad kan verlangen dat wordt nagegaan of aan dit vereiste is voldaan. Is dat niet het geval, dan is het betreffende besluit niet aangenomen. Het besluit van de Raad dat een lidstaat een buitensporig tekort heeft, dient dus sinds het Verdrag van Nice aan deze bijkomende eisen te voldoen.