Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.4.5.2
4.2.4.5.2 Richtlijn(historie)
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291176:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
B.G. van Zadelhoff, Onroerende goederen en belasting over de toegevoegde waarde (diss.), Deventer: FED 1992, p. 177.
Toelichting op het voorstel voor een Tweede Richtlijn, V-N 1965, p. 460. In gelijke zin: G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 475. Anders: B.G. van Zadelhoff, Onroerende goederen en belasting over de toegevoegde waarde (diss.), Deventer: FED 1992, p. 177. Dat bij tussenkomst van een commissionair twee leveringen worden geacht plaats te vinden, komt in de tekst van art. 3 lid 6 Wet OB beter uit de verf dan in art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn: “Indien door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met een verplichting tot levering van een zelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer wordt afgeleverd, wordt dat goed geacht door ieder van die personen te zijn geleverd.”
G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 473.
Art. 7:714 BW. Zie ook: G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 463-464 en S.C.J.J. Kortmann, m.m.v. J.S. Kortmann, Asser/Kortmann 3-III 2017/102 (online, bijgewerkt op 1 oktober 2017).
Bij de levering van vastgoed door tussenkomst van een makelaar kan niet gezegd worden dat sprake is van een aan- of verkoop in commissie, omdat de makelaar niet in eigen naam handelt (MvA, Kamerstukken II 1967/68, 9324, 9410, nr. 6, p. 61). De prestatie van de makelaar aan de verkoper of koper van vastgoed kwalificeert daarom als een dienst.
T.F.E. Tjong Tjin Tai, Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2018/244 (online, bijgewerkt op 1 juni 2018).
T.F.E. Tjong Tjin Tai, Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2018/244 (online, bijgewerkt op 1 juni 2018).
T.F.E. Tjong Tjin Tai, Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2018/246 (online, bijgewerkt op 1 juni 2018).
In art. 3:110 BW is alleen de mogelijkheid van de directe verkrijging geregeld. Hoewel de mogelijkheid van een directe vervreemding van de eigendom niet expliciet in het BW is geregeld, wordt aangenomen dat een verkoopcommissionair dit kan bewerkstelligen (G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 468).
Zie bijv. voor België: I. Samoy, Middellijke vertegenwoordiging (diss.), Leuven: Katholieke Universiteit Leuven 2005, p. 58, 254 en 255.
In gelijke zin: G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 474 en M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 139.
Art. 168, onderdeel a btw-richtlijn.
A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 279.
Op grond van art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn is de overdracht van een goed ingevolge een overeenkomst tot koop of verkoop in commissie met een levering gelijkgesteld. Deze leveringsgelijkstelling was reeds opgenomen in art. 5 lid 2, onderdeel c Tweede Richtlijn, is in art. 5 lid 4, onderdeel c Zesde Richtlijn gehandhaafd en ongewijzigd overgenomen in art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn. De tekst van art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn voorziet uitsluitend in een leveringsgelijkstelling voor de transactie tussen de principaal en de commissionair.1 Uit de toelichting op (het nagenoeg gelijkluidende) art. 3 lid 2, onderdeel e Voorstel voor een tweede richtlijn blijkt echter dat door deze leveringsgelijkstelling twee leveringen plaatsvinden:
“Uit deze bepaling volgt, dat ingeval van verkoop of aankoop door tussenkomst van een commissionair of van een andere tussenpersoon, die op eigen naam of firmanaam handelt, steeds twee belastbare leveringen plaatsvinden, ook al wordt het verhandelde goed rechtstreeks door de eerste verkoper aan de laatste afnemer afgeleverd. In het geval van een "verkoopcommissie" verricht de commissiegever derhalve een belastbare levering aan de commissionair, terwijl de laatste eveneens een belastbare levering aan de derde (de afnemer) uitvoert. Bij een "inkoop-commissie" verricht de derde (de verkoper) een belastbare levering aan de commissionair en deze voert eveneens een belastbare levering aan zijn commissiegever uit.”2
Dat er twee leveringen worden geacht plaats te vinden, wil overigens niet zeggen dat beide leveringen belastbaar zijn. In voormelde toelichting op art. 3 lid 2, onderdeel e Voorstel voor een tweede richtlijn wordt daar ten onrechte zonder meer van uitgegaan. Ook bij toepassing van art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn zijn de levering aan en door de commissionair slechts belastbaar indien zij onder bezwarende titel worden verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige (zie paragrafen 4.5 en 4.6).
De achtergrond van deze leveringsgelijkstelling is gelegen in het civiele recht (van de civil law lidstaten).3 Op grond van het Nederlandse civiele recht is de overeenkomst tot aan- of verkoop in commissie een (species van een) lastgevingsovereenkomst, waarbij de commissionair kwalificeert als lasthebber en de principaal als lastgever.4 De commissionair handelt bij de uitvoering van de commissieovereenkomst in eigen naam, maar in opdracht en voor rekening van de principaal.5 In het civiele recht wordt in dat geval ook wel gesproken van ‘middellijke vertegenwoordiging’.6 Een commissionair bindt bij de aan- of verkoop van een goed als zodanig uitsluitend zichzelf en niet de principaal.7 De principaal is weliswaar economisch gezien de wederpartij van de derde, maar juridisch gezien is hij geen partij bij de aan- of verkoopkoopovereenkomst tussen de derde en de commissionair.8 Niettemin is het in Nederland mogelijk dat de eigendom van het ge- of verkochte goed direct overgaat van de principaal naar de derde of vice versa zonder het vermogen van de aankoop- of verkoopcommissionair te passeren.9 Ook in het civiele recht van andere lidstaten lijkt die mogelijkheid te bestaan.10 De leveringsgelijkstelling van art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn bewerkstelligt in dat geval een levering van goed aan en door de commissionair. Hierdoor wordt voorkomen dat er een aftrekprobleem ontstaat indien de derde en de principaal elkaar niet kennen.11 Voor het recht op btw-aftrek is immers vereist dat de afnemer beschikt over een factuur van de leverancier.12 Bovendien zorgt de leveringsgelijkstelling van art. 14 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn ervoor dat de commissionair niet genoodzaakt is om de hoogte van de commissie bekend te maken.13