Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.4.3:2.4.3 De informatieasymmetrietheorie
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.4.3
2.4.3 De informatieasymmetrietheorie
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402358:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1977 bekritiseert ook Myers de trade- off theorie en presenteert hij een alternatief: de pecking order of informatieasymmetrietheorie.1 Deze theorie stelt het signaal centraal dat van een bepaalde vorm van financiering uitgaat aan beleggers.2 Myers betoogt dat het bestuur van de vennootschap het beste op de hoogte is van de waarde van de door de vennootschap gedreven onderneming en het beste de mogelijkheden voor groei kan beoordelen. Deze informatieasymmetrie tussen het bestuur en de vermogensverschaffers leidt tot een financieringsrangorde waarbij het bestuur de voorkeur geeft aan een vorm van financiering waarbij de kosten van de informatieasymmetrie worden geminimaliseerd. Kort gezegd gaat de theorie ervan uit dat de markt een aandelenuitgifte zal opvatten als een signaal van het bestuur dat de aandelen zijn overgewaardeerd. Daarom zal het bestuur de voorkeur geven aan interne financiering: financiering door middel van de door de onderneming gegenereerde kaststromen. Als de vennootschap toch genoodzaakt is externe financiering aan te trekken, zal het bestuur de voorkeur geven aan vreemd vermogen boven eigen vermogen, aangezien daar het probleem van de informatieasymmetrie een beperktere rol speelt. Uit de theorie van Myers volgt dat bestuurders de vrijheid moet worden geboden over de aanwending van de kasstromen te beslissen, zodat deze leer zich problematisch verhoudt tot de free-cashflow theorie van Jensen en Meckling.