Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.2.a
a. Eigen ‘rechtssfeer’
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479834:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
B.F. Preller, ‘Kavelruil onder de Wet inrichting landelijk gebied nader beschouwd.”
Zie P. de Haan e.a., Toelichting op de Landinrichtingswet, in: Wetgeving landelijk gebied, Deventer: Kluwer 1998, p. 73-74. Zie tevens B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil’, in: JBN 2007/10, p. 3. Opvallend is dat in de literatuur de bijzondere positie van kavelruil binnen ons rechtsstelsel wel genoemd, maar niet nader onderzocht wordt. Nergens is een beschouwing te vinden, die de ‘eigen rechtssfeer’ verder ontleedt.
Zie onderdeel E.2 van het vorige hoofdstuk.
J.H. Jonas, ‘De overeenkomst van ruilverkaveling’, p. 93.
F.A.M. Schoenmaker, ‘Besluit vrijstellingen overdrachtsbelasting aangepast’, in: NTFR 2013/1552,
“Kavelruil is, hoewel een overeenkomst in civielrechtelijke zin, een bijzondere rechtsvorm met eigen begrippen en regels"1
Preller, gids van het eerste uur, verwoordt het treffend. In mijn eigen woorden: de kavelruil is te kenmerken als een ‘hybride’ rechtsfiguur, een civielrechtelijke overeenkomst waarop, naast de bepalingen uit de WILG, tevens de bepalingen en beginselen van het algemeen verbintenissenrecht van toepassing zijn.2 De kavelruil bevindt zich derhalve in een eigen ‘rechtssfeer’.
Bij de introductie van de ruilverkaveling bij overeenkomst, als voorganger van de kavelruil, in de Ruilverkavelingswet 1938, 3 is het hybride karakter van de rechtsfiguur reeds (h)erkend, getuige de woorden van Jonas:
“Als dit Ontwerp (het wetsontwerp van de Ruilverkavelingswet 1938, JR) tot Wet wordt verheven is ons contractenrecht verrijkt met een nieuwe overeenkomst, n.l. die van Ruilverkaveling (…).”4
De ruilverkaveling bij overeenkomst werd derhalve vanaf het prille begin met open armen ontvangen en opgenomen in de verbintenisrechtelijke familie. Dat het nieuwe landinrichtingsinstrument een stiefkind was, werd, om de sfeer niet te bederven, verzwegen. Het privaatrechtelijk karakter leek derhalve te overheersen boven de publiekrechtelijke ‘roots’.
Ook in de huidige tijd wordt het bijzondere karakter van de kavelruil nog steeds opgemerkt. Zo schrijft Schoenmaker in 2013:
“In tegenstelling tot de herverkaveling is in die gevallen (bij kavelruil, JR) sprake van een bijzondere obligatoire overeenkomst die de titel vormt voor een verkrijging krachtens overdracht.”5
Het startpunt van de plaatsbepaling van de kavelruil is derhalve helder: een civielrechtelijke overeenkomst van eigen aard. Een enigszins zonderlinge, hybride verschijning in een vertrouwde omgeving. Vanuit de privaatrechtelijke kern zullen de verschillende semi-privaatrechtelijke en publiekrechtelijke schillen worden onderzocht, waarna een totaalbeeld van het rechtskarakter van de kavelruil zal ontstaan. Een benadering van de kavelruil ‘van binnenuit’ derhalve: de privaatrechtelijke kern van de kavelruil is het vertrekpunt voor een ontdekkingstocht langs alle uithoeken en civielrechtelijke raakvlakken van het instrument.