Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3.3.1:4.5.3.3.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3.3.1
4.5.3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291264:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 19 oktober 2018, nr. 17/02812, BNB 2019/79, m.nt. Swinkels (Gemeente Barendrecht).
HR 19 oktober 2018, nr. 17/02816, BNB 2019/80, m.nt. Swinkels (Gemeente Brielle).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Lajvér-arrest draagt het Hof van Justitie de verwijzende rechter op om ‘zich ervan te vergewissen dat de door verzoeksters in het hoofdgeding aangerekende (lage) vergoeding niet slechts ten dele de verrichte dienst of te verrichten diensten vergoedt en dat de hoogte ervan niet is bepaald op basis van eventuele andere factoren die in voorkomend geval kunnen afdoen aan het rechtstreeks verband tussen de diensten en de tegenprestatie ervan’. In het Gemeente Barendrecht1 en Gemeente Brielle-arrest2 oordeelt de Hoge Raad onder verwijzing naar het Lajvér-arrest dat het rechtstreekse verband ontbreekt (en dus geen sprake is van een levering van vastgoed onder bezwarende titel) in gevallen waarin het bedrag dat als tegenprestatie is of wordt ontvangen slechts ten dele de verrichte prestatie(s) vergoedt en de hoogte ervan is bepaald op basis van andere factoren die afdoen aan het rechtstreekse verband. Naar mijn mening miskent de Hoge Raad dat het Hof van Justitie in voormelde rechtsoverweging van het Lajvér-arrest de verwijzende rechter opdraagt om in deze zaak nog eens goed te onderzoeken of sprake is van een rechtstreeks verband. En dat is van belang. Om die reden zal in paragraaf 4.5.3.3.2 eerst ingegaan worden op de reden voor de twijfel van het Hof van Justitie aan het rechtstreekse verband tussen de verrichte prestatie(s) en de overeengekomen vergoeding in de zaak Lajvér. Vervolgens wordt in paragraaf 4.5.3.3.3 middels een uitstapje naar het Nederlandse civiele recht betoogd dat het geen communis opinio is dat in gevallen waarin het bedrag dat als tegenprestatie is of wordt ontvangen slechts ten dele de verrichte vastgoedtransactie(s) vergoedt, geen sprake is van een (vastgoed)transactie onder bezwarende titel. In paragraaf 4.5.3.3.4 komt ten slotte het oordeel van de Hoge Raad in de zaken Gemeente Barendrecht en Gemeente Brielle en de richtlijnconformiteit daarvan aan bod.