Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.10.5
7.10.5 De privaatrechtelijke boete in Nederland
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579934:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Overigens vallen de expertisekosten zoals kosten van juridisch advies en verzameling van bewijs onder art. 6:96 lid 2 sub b BW, net als intern gemaakte bedrijfskosten zoals door eigen deskundige medewerkers aan de zaak bestede tijd.
Vgl. Haak & VerLoren van Themaat 2005, p. 62.
Schirmeister 1996, hoofdstuk 3; Bolt & Lensing, 1993. Zie over punitive damages bijvoorbeeld Slok & Van 1990, p. 1823-1829; Verrijn Stuart 1992, p. 91; Kerkmeester 1998, p. 1807-1813; Van der Heijden 2001, p. 1749-1756; Van Nispen 2003, p. 12-13, p. 37-39 (nrs. 7 en 22). Zie voorts de verwijzingen bij Lindenbergh 1998, p. 32, Linssen 2001, p. 337 en Haak & VerLoren van Themaat 2005, p. 62.
De situatie in Nederland en de rest van de EU is wat betreft punitive damages (de privaatrechtelijke boete) duidelijk anders dan de situatie in de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten wordt de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht veel meer dan in Nederland en de rest van de EU gebruikt als instrument om tevens het publieke belang te dienen. In Nederland worden, zoals reeds blijkt uit het onderhavige hoofdstuk, vorderingen ter verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van het mededingingsrecht niet anders behandeld dan vorderingen ter verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van andere wettelijke bepalingen van publiekrecht.
De schadevergoeding die in Nederland kan worden verkregen is, zoals reeds in dit hoofdstuk besproken, geregeld in afdeling 10 van de eerste titel van boek 6 BW. De schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed bestaat ex artikel 6:95 BW uit vermogensschade en ander nadeel (dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft). Ex artikel 6:96 BW omvat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst. De vermogensdaling als gevolg van de schending van het mededingingsrecht moet worden vergoed, maar ook de vermogensstijging die de gelaedeerde als gevolg daarvan ontgaat.1
In de literatuur wordt langzamerhand de eventuele invoering van punitive damages positiever bejegend2 Denk bijvoorbeeld aan de dissertatie van Schirmeister over Amerikaanse toestanden in het schadevergoedingsrecht en het preadvies voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtsvergelijking van Bolt en Lensing over de privaatrechtelijke boete.3