Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.1.3:5.7.1.3 Euthanasie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.1.3
5.7.1.3 Euthanasie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859184:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 27.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 27-28, Barbaix 2018, p. 430, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1164, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 18, Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 727, p. 14 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013) en Casman 2013, p. 11.
Casman 2013, p. 11.
Zie par. 5.7.1.2.
Zie hierover nader par. 4.7.
Zie daarover nader par. 5.13.4.
Zie daarover nader par. 5.13.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de parlementaire behandeling is expliciet stilgestaan bij onwaardigheid in relatie tot euthanasie of hulp bij zelfdoding. Er is geopperd of er geen voorbehoud gemaakt moet worden in artikel 4.6 § 1, 1° BBW inhoudende dat de bepaling aanvangt met de woorden ‘onverminderd de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie’. De vrees dat de onwaardigheidsgrond zonder deze toevoeging in conflict zou komen met de euthanasiewet is onterecht geoordeeld. Indien het overlijden valt onder de strikte voorwaarden van de euthanasiewet, is van een strafbaar feit geen sprake. Onwaardigheid is dan niet aan de orde.1
Vervolgens is nog het voorbeeld aangekaart van een persoon die bijdraagt aan het levenseinde van een familielid zonder te voldoen aan de strikte voorwaarden van de euthanasiewet. Hierbij wordt opgemerkt dat het voorstelbaar is dat iemand in een dergelijk geval door verzachtende omstandigheden tot een hele lichte straf wordt veroordeeld. Is deze persoon onwaardig om te erven? Geconcludeerd wordt dat de wet ook voor deze situaties voldoende duidelijkheid verschaft. Ofwel de wettelijke bepalingen van de euthanasiewet zijn nageleefd en van onwaardigheid is geen sprake, ofwel die bepalingen zijn niet nageleefd en kan de persoon in kwestie strafrechtelijk worden vervolgd en schuldig bevonden.2 Bij een schuldigbevinding is dan sprake van onwaardigheid.3 Zoals hiervoor reeds opgemerkt, is het voor onwaardigheid irrelevant welke strafrechtelijke straf uiteindelijk is opgelegd en evenmin hoe hoog de straf is. Het gaat om de schuldigbevinding.4
In Nederland wordt de fictie van vergeving bij voorbaat aangenomen indien de euthanasie leidt tot een bewezenverklaring van het misdrijf ‘levensbeëindiging op verzoek’, maar de strafrechter geen straf of maatregel oplegt.5 Vergeving bij voorbaat is in België niet mogelijk.6 Bovendien is vergeving bij de gedragingen van artikel 4.6 § 1, 1° BBW in zijn geheel uitgesloten.7 Bij een schuldigbevinding volgt onwaardigheid.