Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/8.5.2
8.5.2 Vergunningverlening in het omgevingsrecht
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284603:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Overigens kan het ook voorkomen dat de vaststelling van een bestemmingsplan zélf schade veroorzaakt. Men kan bijvoorbeeld denken aan hinder of verminderd woongenot als gevolg van een bestemmingswijziging. Verder kan men denken aan omzetverlies als gevolg van door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte concurrentie. Dat soort schades kunnen als gevolg van de vaststelling van een ongeldig bestemmingsplan ontstaan als de gemeente op basis van het nog herroepelijke bestemmingsplan alvast een bouwvergunning afgeeft aan de buurman, concurrent etc. die daarvan vervolgens gebruik maken. Zie daarover bijv. ABRvS 21 december 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA4296, AB 2000/78, m.nt. A.A.J. de Gier (Tegelen); ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:92, AB 2015/65, m.nt. A.G.A. Nijmeijer (Nederweert), ABRvS 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:626 (Geldermalsen) en ABRvS 11 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2440, JM 2017/139, m.nt. J.H.K.C. Soer (Rijswijk). Ik laat deze gevallen hier rusten. De systematiek is volgens mij hetzelfde, zij het dat een belangrijk onderscheid bestaat tussen het ontwerpplan en het vastgestelde bestemmingsplan. Voor een ontwerpbestemmingsplan kan geen aansprakelijkheid bestaan, omdat het naar zijn aard bedoeld is om bij de burgers nadere informatie in te winnen. HR 26 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3382, NJ 2000/561, m.nt. M. W. Scheltema (Noord-Brabant/Janse) en HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4041, NJ 2005/325 (Direks/Venray). Zie ook HR 15 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9046, NJ 2001/318, m.nt. M. W. Scheltema (Slegers/Asten). Zie hierover ook de annotatie van E.J.M. van der Ploeg en S.A.L. van de Sande onder Hof Den Bosch 19 januari 2019, ECLI:L:GHSHE:2019:595, BR 2019/41 (Michielsen q.q./Gemeente Grave) onder 8 en 9.
712. Vergunningverleningen in het omgevingsrecht zijn exemplarisch voor de hier centraal staande categorie besluiten.1 De verlening en het daarop volgende gebruik (bouw, exploitatie etc) veroorzaken soms schade bij derden, zoals verminderd woongenot of waardedaling van het naastgelegen perceel. Verder kan een onderneming bijvoorbeeld winst derven als gevolg van concurrentie die daardoor ontstaat. De wijze waarop de rechtspraak vaststelt welke schade binnen de grenzen van art. 6:163 BW en 6:98 BW vergoedbaar is, is blijkens de daarop geuite kritiek niet steeds even consistent en inzichtelijk. Deze paragraaf toetst of het driestapsmodel aan die kritiek tegemoet komt.
8.5.2.1 Omgevingsrechtelijke normen met vaststelbare beschermingsomvang: stap 1 en 28.5.2.2 Ruimtelijke normen met onduidelijke beschermingsomvang: stap 38.5.2.3 Tussenconclusie