Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/2.9.3
2.9.3 Schadeloosstelling
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS492934:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onder wetsvoorstel 31 058 vervalt de verwijzing in artikel 2:181 lid 2 BW naar artikel 2:209 BW. Met deze flexibilisering van het BV-recht zal de tekst van artikel 2:209 BW opgenomen worden in een nieuw artikel 2:182 BW waardoor dezelfde regeling van kracht blijft. Opvallend is dat artikel 2:182 BW gaat over rechtsvormwijziging in een vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij en niet over rechtsvormwijziging in een stichting. Ik neem aan dat de wetgever op dit punt geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd.
Artikel 2:71/181 lid 2 BW
De vennootschap moet voor iedere schuldeiser die dit verlangt, zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering (art. 2:100/209 lid 2 BW).
B. Snijder-Kuipers in: B. Bier e.a. (red.) 2008, Sdu Commentaar Ondernemingsrecht, 's-Gravenhage: Sdu 2008, 5. BW art. 2:71, A.
Het besluit tot statutenwijziging hoeft niet gedeponeerd te worden aangezien de wet voorschrift dat de bepalingen uitsluitend op het besluit tot rechtsvormwijziging betrekking hebben, zie ook: H. ten Voorde, Deponering, publicatie en verzet. Een onderzoek naar de procedures rond vereffening, omzetting, kapitaalvermindering, fusie, splitsing en beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid uit een 403-verklaring (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2006, p. 69.
Kamerstukken II 1982/83, 17 725, nr. 3, p. 76.
Kamerstukken II 1984/85, 17 725, nr. 7, p. 28-30.
Kamerstukken II 2002/03, 28 746, nr. 3, p. 68.
Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2005/56/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PbEU L 310), Stb. 2008, 260.
Kamerstukken I2006/07, 30 929, nr. 2, art. 333h.
Kamerstukken II 2006/07 , 30 929, nr. 3, p. 18.
Kamerstukken II 2006/07 , 30 929, nr. 7, p. 17.
Artikel 2:71/181 lid 3 BW
Asser-Maeijer 2-111, nr. 549, W.C.L. van der Grinten, E..1.1'. van der Heijden. Handboek voor de naamloze en de besloten vennootschap, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1992, nr. 157 en M.A. Verbrugh, Structuurwijzigingen bij kapitaalvennootschappen en de positie van schuldeisers (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 2007, p. 341.
Bij rechtsvormwijziging van een kapitaalvennootschap in een rechtspersoon, niet zijnde een kapitaalvennootschap, is artikel 2:100/209 BW1 van toepassing ter bescherming van crediteuren.2 Crediteuren wordt een bepaalde mate van bescherming3 geboden nu de kapitaal- en vermogensbescherming van de kapitaalvennootschap vervalt. Deze bepaling is ook van toepassing bij rechtsvorm-wijziging in een stichting.4 Deze procedure dient doorlopen te worden om crediteuren te beschermen in verband met het vervallen van het aandelenkapitaal. Indien een kapitaalvennootschap van rechtsvorm wordt gewijzigd in een andere kapitaalvennootschap geldt een dergelijke deponerings- en publicatieplicht niet. Dat is ook niet nodig aangezien van verval van aandelenkapitaal geen sprake is.
Deponering van het besluit tot rechtsvormwijziging5 vindt plaats bij het handelsregister waar de kapitaalvennootschap is ingeschreven. Van deze deponering dient publicatie te geschieden in een landelijk verspreid dagblad. Schuldeisers hebben vanaf het moment van publicatie twee maanden de gelegenheid om in verzet te komen tegen het besluit tot rechtsvormwijziging door indiening van een verzoekschrift bij de rechtbank.
Iedere aandeelhouder die niet met het besluit tot rechtsvormwijziging heeft ingestemd, kan de kapitaalvennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn aandelen. Aanvankelijk leek het uitsluitend te gaan om aandeelhouders die tegen hebben gestemd.6 De vaste commissie voor Justitie vond deze categorie te beperkt en was van oordeel dat eveneens blancostemmers en afwezigen recht hebben op schadeloosstelling. Uit de Memorie van Antwoord is af te leiden dat ook van afwezigen en zij die zich van stemmen onthielden moeilijk volgehouden kon worden dat zij met het besluit tot rechtsvormwijziging hadden ingestemd en daarom recht hadden op schadeloosstelling tenzij van een eerdere instemming was gebleken. Algemeen gesproken dient deze regeling ervoor dat een aandeelhouder zijn aanspraak niet zonder meer ontnomen kan worden.7 Dit leidt ertoe dat de volgende categorieën aandeelhouders recht hebben op schadeloosstelling: aandeelhouders die (i) niet ter vergadering aanwezig waren, (ii) zich hebben onthouden van stemming, (iii) een blanco stem hebben uitgebracht, (iv) een ongeldige stem hebben uitgebracht dan wel (v) ter vergadering tegen het besluit tot rechtsvormwijziging hebben gestemd.
Eenzelfde systematiek wordt gevolgd bij rechtsvormwijziging van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in een openbare vennootschap of commanditaire vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Bij die vormen van rechtsvormwijziging wordt dezelfde categorie aandeelhouders schadeloosstelling geboden.8 Ook bij grensoverschrijdende fusie is een regeling voor schadeloosstelling getroffen.9 Opvallend is daarbij te noemen dat in dat geval uitsluitend de tegenstemmers recht hebben op schadeloosstelling.10 Het toepassingsbereik is daar dus aanmerkelijk beperkter. Uit de Memorie van Toelichting blijkt echter dat bedoeld is eenzelfde regeling als in Boek 2 BW op te nemen.11 De expliciete afwijking van die bepaling wordt beargumenteerd op grond van de aard van de rechtshandeling. Uitdrukkelijk is het niet de bedoeling afwezigen of stemonthouders een recht op schadeloosstelling te verstrekken. De regeling is niet bedoeld als keuze voor de aandeelhouder; fuseren of uitgekocht worden. Bij rechtsvorm-wijziging is de regeling juist wel bedoeld om een keuze voor de aandeelhouder te bieden; rechtsvormwijziging of uittreding. De regeling bij grensoverschrijdende fusie is bedoeld voor die gevallen waar de aandeelhouder bezwaren heeft tegen de fusie maar gelet op de stemverhoudingen niet zal worden gehoord.12 Vanuit dat oogpunt bezien is een afwijkende regeling ten opzichte van rechtsvormwijziging verklaarbaar en gerechtvaardigd.
Een dergelijk verzoek dient door de aandeelhouder schriftelijk aan de vennootschap te worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling kan vragen. Deze mededeling dient te geschieden op dezelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering. Bij gebreke van overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot rechtsvormwijziging of door haar president.13
De procedure van de leden 2 en 3 van artikel 2:71/181 BW maakt geen melding voor welke besluiten tot rechtsvormwijziging dit gelding heeft. Lid 1 spreekt expliciet van rechtsvormwijziging in vereniging, cooperatie of onderlinge waarborgmaatschappij in verband met het lidmaatschap. Aangenomen mag worden dat de leden 2 en 3 niet alleen gelden bij rechtsvormwijziging van een kapitaalvennootschap in een vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij maar ook bij rechtsvormwijziging in een stichting.14