Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/5.2.4:5.2.4 Aanvang en duur vervaltermijn art. 7:686a lid 4 sub e BW
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/5.2.4
5.2.4 Aanvang en duur vervaltermijn art. 7:686a lid 4 sub e BW
Documentgegevens:
Naomi Dempsey, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Naomi Dempsey
- JCDI
JCDI:ADS982164:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Subonderdeel e ziet op verzoeken tot toekenning van een vergoeding wegens het schenden van de aanzegverplichting. Hiervoor geldt een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het moment dat de verplichting tot het betalen van de aanzegvergoeding ontstond. Die verplichting ontstaat op het moment dat minder dan een maand vóór de einddatum door de werkgever nog niet is aangezegd of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt verlengd (en onder welke voorwaarden) dan wel of de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Per saldo geldt dus een vervaltermijn van twee maanden, te rekenen vanaf de laatste dag van de arbeidsovereenkomst.