Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.9.1
3.9.1 Rechtspersoon als belanghebbende bij de NMa
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581160:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie de brief van de NMa aan de Consumentenbond d.d. 15 juli 2002.
Zie NMa besluit op bezwaar 13 april 1999, zaak 130 (Essers/NV Telekabel).
Zie bijvoorbeeld het besluit van de NMa tot afwijzing van verzoeken om toepassing van art. 24 van de Mededingingswet op grond van het feit dat verzoekers geen van allen belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb zijn en derhalve hun verzoeken niet als aanvraag in de zin van art. 1: 3, derde lid, Awb zijn aan te merken. Zie NMa besluit 15 december 1999, zaak 1380 (D.K. Aanen, P.F.C. Jansen en Comité DEZE 'keuzevrijheid': NEE!!/N.V. Casema). Zie ook Glazener, Jansen & Evans 2000, p. 371, voetnoot 87.
Consumenten hebben vaak geen bijzonder persoonlijk belang en zijn vaak niet rechtstreeks getroffen door het besluit. Gevolg is dat consumenten niet als belanghebbende worden gezien en dus niet ontvankelijk zijn. Dit probleem kan worden opgelost door de oprichting van een stichting of vereniging waarbij de statutaire doelstelling is gericht op het behartigen van de desbetreffende consumentenbelangen. Artikel 1:2 lid 3 Awb bepaalt namelijk dat ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doekstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Daarbij moet worden aangetekend dat de doelstelling gericht moet zijn op een bepaald consumentenbelang. Het is in beginsel dus niet voldoende dat de stichting of vereniging de belangen van consumenten in het algemeen behartigt. Zo is de doelstelling van de Consumentenbond te ruim in verhouding tot eventuele mededingingsrechtelijke belangen waarvoor de Consumentenbond kan opkomen. De doelstelling van de Consumentenbond is namelijk 'als onafhankelijke organisatie (...) de belangen van de consumenten in het algemeen en van de leden van de bond in het bijzonder in Nederland te behartigen'. De Consumentenbond heeft in de benzinezaak expliciet een verzoek ingediend bij de NMa om als belanghebbende te kunnen worden gehoord. Dit verzoek is door de NMa afgewezen.1 De statutaire doelstelling van de Consumentenbond voldeed namelijk niet aan de eis van artikel 1:2 lid 3 Awb, nu de doelstelling te ruim was in verhouding tot het belang dat de Consumentenbond in deze zaak verdedigde. In de zaak Essers/NV Telekabel kwam de NMa echter tot het oordeel dat de consumentenbond wel als belanghebbende kan worden aangemerkt.2 Een merkwaardig verschil. Spontaan georganiseerde actiegroepen worden door de NMa ook niet als belanghebbende aangemerkt.3