Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.4.2
10.5.4.2 Massaclaims uit de lidstaten
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577550:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 2 juni 1994, zaak C-414/92 (Solo Kleinmotoren/Boch), Jur. 1994, p. 1-2237, NJ 1995, 637 m.nt. ThMdB; HvJ EG 14 oktober 2004, zaak C-39/02 (Maersk/De Haan), Jur. 2004, p. 1-9657. Polak 2006, p. 2353.
HvJ EG 21 mei 1980, zaak 125/79 (Denilauler/Couchet Frères), Jur. 1980, p. 1553, NJ 1981, 184 m.nt. JCS; HvJ EG 13 juli 1995, zaak C-474/93 (Hengst/Campese), Jur. 1995, p. 1-2113, NJ 1996, 83; HvJ EG 14 oktober 2004, zaak C-39/02 (Maersk/De Haan), Jur. 2004, p. 1-9657. Polak 2006, p. 2353.
Polak 2006, p. 2353.
Polak 2006, p. 2353.
HvJ EG 2 juni 1994, zaak C-414/92 (Solo Kleinmotoren/Boch), Jur. 1994, p. 1-2237, NJ 1995, 637 m.nt. ThMdB; Polak 2006, p. 2353.
Om onder de EEX-VO te vallen, dient de op een schending van het mededingingsrecht gebaseerde massaclaim te vallen onder het begrip burgerlijke en handelszaken (artikel 1 EEX-vo). Aan deze materiële eis wordt, gelet op mijn bespreking in § 10.3.10, bij een massaclaim voldaan. Daarnaast dient de massaclaim te voldoen aan de eisen van een rechterlijke beslissing (artikel 32 EEX-vo) of een gerechtelijke schikking (artikel 58 EEX-vo).
De WCAM-procedure voldoet aan de eisen van een rechterlijke beslissing nu de beslissing uitgaat van een rechterlijke instantie die op eigen gezag de geschilpunten tussen partijen beslecht (de rechter beslist in de WCAM-procedure zelf of het verzoek tot verbindenverklaring wordt toegewezen)1 en de beslissing tot stand is gekomen na een procedure waarin tegenspraak door de verweerder mogelijk was (de benadeelden hebben in de WCAM-procedure de mogelijkheid zich uit te spreken over het verzoek).2 De WCAM-procedure valt dan ook onder de EEX-VO zodat de rechterlijke beslissing tot verbindenverklaring in aanmerking komt voor erkenning en tenuitvoerlegging in de andere lidstaten.3
Gerechtelijke schikkingen die in de loop van een geding tot stand zijn gekomen en die uitvoerbaar zijn in de lidstaat van herkomst, zijn op grond van artikel 58 EEX-Vo op dezelfde voet als authentieke akten uitvoerbaar in de aangezochte staat. Polak wijst op het feit dat het onduidelijk is of artikel 58 EEX-Vo vereist dat de schikking door de rechter is goedgekeurd.4 In het arrest Solo Kleinmotoren/Boch ziet hij echter aanwijzingen om aan te nemen dat het voor het bereik van artikel 58 EEX-VO niet van belang is of de rechter bemoeienis met de inhoud van de schikking heeft gehad.5 Het HvJ EG overweegt namelijk dat een schikking van een rechterlijke beslissing valt te onderscheiden doordat niet voldaan wordt aan de voorwaarde dat zij uitgaat van een rechterlijke instantie die op eigen gezag de geschilpunten tussen partijen beslecht. Het HvJ EG voegt hier nog aan toe dat zich dit zelfs niet voordoet wanneer een schikking voor een rechter tot stand is gekomen en een geding heeft beëindigd.