Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.3:10.3.3 De voorwaarden voor afgifte van een EAPO
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.3
10.3.3 De voorwaarden voor afgifte van een EAPO
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493441:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het Commission Staff Working Paper behorende bij het voorstel Europees bankbeslag kan niet dienen voor uitleg van de tekst van het uiteindelijke voorstel omdat dit document ziet op een uiteenzetting van de redenen voor het creëren van een Europese regeling voor bankbeslag (waaronder de effecten van een dergelijke regeling) en bespreking van de diverse opties waaruit voor specifieke onderdelen is gekozen, alsmede de voorkeuren die zijn uitgesproken naar aanleiding van de vraagstelling in het Groenboek bankbeslag.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de Nederlandse situatie is bekend dat de invulling, die wordt gegeven aan de aan voorwaarden voor verlofverlening, een doorslaggevende factor is voor het functioneren van een regeling als die van conservatoir beslag in de praktijk. Om zich een beeld te vormen hoe invulling van de bepalingen van het voorstel Europees bankbeslag moet worden gezien, zijn de tekst van de artikelen 7 en 8 van het voorstel Europees bankbeslag, de toelichting en de overwegingen beschikbaar.1 Het gevolg is een onvermijdelijke beperking tot een grotendeels tekstuele uitleg. Artikel 7 van het voorstel ziet op de voorwaarden waaronder een EAPO wordt uitgevaardigd. De bepaling luidt als volgt:
Een EAPO wordt uitgevaardigd voor het bedrag waarvoor het wordt gevraagd of een gedeelte daarvan, wanneer de eiser relevante feiten overlegt, redelijk gestaafd door bewijs, waardoor het gerecht ervan overtuigd wordt:
dat de vordering tegen de verweerder gegrond lijkt, en
dat zonder het uitvaardigen van het bevel de latere tenuitvoerlegging van een bestaande of toekomstige titel jegens de verweerder waarschijnlijk zal worden belemmerd of wezenlijk moeilijker worden gemaakt, met name vanwege het reële gevaar dat de verweerder tegoeden op een of meer bankrekeningen waarop conservatoir beslag moet worden gelegd, wegneemt, verbergt dan wel daarover beschikt.
(…)
In Nederlandse termen betekent dit een beoordeling van de vordering die aan het beslag ten grondslag wordt gelegd alsmede een beoordeling van hetgeen wordt aangevoerd inzake vrees voor verduistering c.q. de redenen voor het beslag.