Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/3.3.4.3
3.3.4.3 Openbare behandeling en uitspraak
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS504749:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
ECRM 27 november 1996 (Nordström/Nederland), NJ 1997, 505, m.nt. PJB. Zie ook Arbitragerecht (VAN DEN BERG, VAN DELDEN en SNIJDERS), respectievelijk 2.3.7, 2.4 en 9.2, SNIJDERS, preadvies, no. 3.2, JACOT-GUILLARDMOD, blz. 288 en (voorzichtiger) LAWSON, blz. 163-164; krachtens EHRM 23 juni 1981 (Le Compte, Van Leuven & De Meyere/België), NJ 1982, 602 kunnen partijen, ook als het een geding bij de gewone rechter betreft, afstand doen van het recht op openbare behandeling en uitspraak; vgl. ook HR 20 mei 1988 (Koster/Van Nie q.q), NJ 1989, 676, m.nt. Ma en EAA.
Vgl. ook EHRM 23 februari 1999 (Suovaniemi/Finland), Application No. 31737/96 (www.echr.coe. int): '(...) a voluntary waiver of court proceedings in favour of arbitration (...) should not necessarily be considered to amount to a waiver of all the rights under Article 6.', zij het hieruit kan worden afgeleid dat afstand van het recht op toegang soms wel afstand van een bepaalde waarborg ex art. 6 EVRM impliceert.
Aangenomen mag worden dat met de keuze voor arbitrage afstand van het recht op openbare behandeling en uitspraak kan worden gedaan.1 De Europese Commissie overweegt dit in de zaak Nordstrbm/Nederland zelfs expliciet:
’In some respects — in particular as regards publicity — it is clear that arbitral proceedings are often not even intended to be in conformity with Article 6, and the arbitration agreement entails a renunciation of the full application of that Article."2 [cursief toegevoegd]
Aldus bezien, lijkt het uitgangspunt zelfs dat partijen al met de overeenkomst tot arbitrage tevens afstand willen doen van het recht op openbare behandeling en uitspraak.3 Of partijen met de overeenkomst tot arbitrage ook daadwerkelijk afstand van het recht op openbare behandeling en uitspraak hebben gedaan, blijft — als dit niet expliciet uit de overeenkomst tot arbitrage voortvloeit — overigens een vraag van uitleg (zie 4.2.2 en 4.2.3). Thans gaat het erom dat partijen afstand van het recht op openbare behandeling en uitspraak kunnen doen en dat zij dit ook al bij voorbaat, i. e. bij de overeenkomst tot arbitrage, kunnen doen.