Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/13.5.2
13.5.2 De vereiste opzet/voorzienbaarheid bij een LBO
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405764:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
“Zu denken ist etwa an die Finanzierung des Anteilserwerbs durch die Gesellschaft selbst, etwa dadurch, dass diese der den Anteilserwerb finanzierenden Bank Sicherungsrechte an betriebsnotwendigem Vermögen bestellt, diese Sicherheiten sodann in Anspruch genommen werden und dies zur Insolvenz der Gesellschaft führt. […] [Es] sollte an sich Einvernehmen darüber bestehen, dass der Gesellschafter in diesem Fall der Haftung für Insolvenzverursachung oder -vertiefung nur dann entgeht, wenn er und der Geschäftsführer aufgrund einer soliden Prognose davon ausgehen durften, dass es nicht zur Inanspruchnahme der Sicherheit oder jedenfalls nicht zur Insolvenz der Gesellschaft kommt, mithin der Fortbestand der Gesellschaft nicht leichtfertig aufs Spiel gesetzt worden ist.58 Werden die Anforderungen an eine derartige Prognose nicht erfüllt, lässt sich das Vorsatzerfordernis im Sinne des § 826 BGB möglicherweise nicht immer zwanglos bejahen.” (Habersack 2008, p. 546).
Waitz 2009, p. 262-262.
Vgl. Seibt 2007, p. 309.
Vgl. Schulz 2005, p. 332.
Seibt 2007, p. 308.
Habersack heeft in 2008 de vrees geuit dat het opzet-vereiste van § 826 BGB er mogelijk toe zal leiden dat aandeelhouders ten onrechte aan aansprakelijkheid zullen ontsnappen vanwege hun betrokkenheid bij een LBO. Volgens Habersack dienen aan een LBO realistische prognoses ten grondslag te liggen waaruit blijkt dat de aan de bank verstrekte zekerheden waarschijnlijk niet zullen worden ingeroepen of waar anderszins uit blijkt dat de vennootschap na de LBO waarschijnlijk zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Als de gehanteerde prognoses niet redelijk waren, is aansprakelijkheid van de daarbij betrokken aandeelhouders en bestuurders gerechtvaardigd.1
Waitz betoogt in zijn proefschrift dat aansprakelijkheid vanwege een LBO zelden zal voorkomen nu het moeilijk denkbaar is dat de daarvoor vereiste opzet ten tijde van de transactie bij de betrokken partijen aanwezig was.2 Waitz interpreteert de vereiste opzet voor aansprakelijkheid vanwege een existenzvernichtender Eingriff vrij strikt: zijns inziens is daarvan louter sprake indien partijen voorzagen dat een onttrekking tot het faillissement van de vennootschap zou moeten leiden. Waitz meent dat partijen met deze wetenschap nimmer tot financiering van de LBO bereid zouden zijn. Hij betoogt dat van de betrokkenheid van de financierende bank een aanzienlijke preventieve werking uitgaat. Banken zullen zijns inziens louter vermogen aan de doelwitvennootschap beschikbaar willen stellen indien uit zorgvuldig onderzoek naar de financiële positie van het doelwit blijkt dat terugbetaling redelijkerwijs te verwachten is. Daarnaast wijst Waitz op het gegeven dat de koper tevens (eigen) vermogen in de acquisitievennootschap investeert; daartoe zou de koper niet bereid zijn indien het faillissement van de vennootschap redelijkerwijs te verwachten was.3 De inbreng van de investeerder vindt immers op hetzelfde moment plaats als de onttrekking van het vermogen aan de doelwitvennootschap.4
Seibt meent dat de bij een LBO betrokken bestuurders en aandeelhouders een prognose dienen op te stellen waaruit blijkt dat redelijkerwijs te verwachten is dat de vennootschap na de transactie zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden: “Die Solvenzprognose ist danach bei der gebotenen ex ante-Betrachtung nicht zu beanstanden, wenn sie auf der Grundlage angemessener Informationen, bei Nutzung anerkannter finanzwirtschaftlicher Methoden, der Marktüblichkeit der Finanzierung (z.B. Höhe der interest coverage ratio (Zinsdeckungsgrad) – also dem Verhältnis von Zinsaufwand zum Ergebnis vor Zinsen und Steuern (und Abschreibung) – als der in der Finanzwirtschaft üblichen Kennzahl über Zinsbelastung und unter Einstellung der Absolute Priority Rule nachvollziehbar und schlüssig erfolgte.”5