Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.6
6.2.4.6 Het verhaal in verband met dienstverrichtende verzekeraars
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS395980:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor deze voorwaarden par. 33.52.
Deze overeenkomst is niet gepubliceerd.
Het Bureau van Ierland draagt geen verantwoordelijkheid onder deze overeenkomst als de in zijn land gevestigde verzekeraar geen lid is van dat Bureau; de Ierse wetgeving verplicht Wam-verzekeraars alleen lid te worden van het Bureau (dat ook de functie van waarborgfonds en schadevergoedingsorgaan vervult) als deze verzekeraar ook Ierse risico's verzekert. Een soortgelijke uitzondering wordt ook gemaakt door het Engelse en het Maltese Bureau. Deze Bureaus dragen daarnaast evenmin verantwoordelijkheid onder de overeenkomst als de vergoedingsplicht berust bij een ander orgaan in de lidstaat van vestiging. In het Verenigd Koninkrijk is het bijvoorbeeld niet het Bureau, dat evenals het Ierse Bureau tevens de functie van waarborgfonds en schadevergoedingsorgaan vervult, maar de Policyholders' Protection Board, een overheidslichaam dat is ingesteld op grond van de Policyholders' Protection Act 1975 verantwoordelijk voor de schadevergoeding aan slachtoffers die een insolvente verzekeraar tegenover zich treffen. Deze derogaties hebben een wederkerig karakter, hetgeen voor de Nederlandse situatie van belang is voor de uitzondering die het Engelse, het Ierse en het Maltese Bureau hebben bedongen voor insolvente verzekeraars die geen lid zijn van het Bureau. In ons land zijn immers alle toegelaten verzekeraars lid van het Bureau, ongeacht of zij in ons land actief zijn of niet. Voor wat betreft het Engelse en het Maltese Bureau is ook de uitzondering die ziet op de situatie dat een ander orgaan verantwoordelijk is voor de schadevergoeding relevant. Dat houdt in dat voor wat betreft deze twee Bureaus de overeenkomst alleen effect heeft als de verzekeraar en lid is van het Bureau en om andere redenen dan insolventie niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de Internat Regulations voldoet, een situatie die zich niet vaak zal voordoen.
Thans in het kader van dit aan de overeenkomsten tussen de Bureaus gewijde deel van dit hoofdstuk enige woorden over de situatie waarin de dekking gevende verzekeraar in dienstverrichting werkzaam is in de lidstaat waar het verzekerde voertuig gewoonlijk is gestald en in staat van insolventie geraakt, dan wel om andere redenen zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten tussen de Bureaus niet nakomt.
In paragraaf 3.3.5.2 is het principe van de vrijheid van dienstverrichting beschreven. Een verzekeraar met vestiging in een lidstaat die daar is toegelaten tot de branche WA-motorrijtuigen kan met een eenvoudige kennisgevingsprocedure vanuit de lidstaat van zijn vestiging risico's gelegen in een andere lidstaat in dekking nemen.
Naast notificatie aan de toezichtsautoriteiten in de lidstaat van dienstverrichting dient deze verzekeraar nog aan drie voorwaarden te voldoen: hij dient zich aan te sluiten bij het Bureau van die lidstaat, hij dient bij te dragen aan het waarborgfonds van die lidstaat en hij dient in deze lidstaat een schadeafhandelaar aan te stellen.1
Het prudentiële toezicht wordt - op grond van het single licence/home country control principe - uitgeoefend door het toezicht van de lidstaat van de hoofdvestiging. De verantwoordelijkheid voor het toezicht op de solvabiliteit van de dienst-verrichtende verzekeraar berust dus niet bij de toezichtautoriteiten van de lidstaat van dienstverrichting, maar bij die van de lidstaat van de hoofdvestiging.
Veroorzaakt een verzekerde van een dienstverrichtende verzekeraar een ongeval in een ander land, dan staat voor zijn verplichtingen het Bureau van de lidstaat van dienstverrichting garant. In dat land is het aansprakelijke voertuig immers gewoonlijk gestald en de door de verzekeraar afgegeven groene kaart is ook op gezag van dat Bureau afgegeven en wordt - tegenover het 'regelend' Bureau - door dat Bureau gegarandeerd. Daarmee draagt een andere verzekeringsmarkt dan die waar het toezicht wordt uitgeoefend het risico van insolventie van de verzekeraar.
Als voorbeeld diene de in Italië gevestigde verzekeraar die in dienstverrichting in Nederland werkzaam is (en dus vanuit Italië Nederlandse voertuigen verzekert; de verzekeraar is aangesloten bij het Nederlands Bureau en draagt bij aan de financiering van het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer). Een van zijn verzekerden veroorzaakt een ongeval in België. Het Belgische Bureau (al dan niet na te zijn aangesproken door de correspondent van de Italiaanse verzekeraar als deze zijn verplichtingen niet nakomt) kan het Nederlandse Bureau aanspreken als garanderend Bureau, omdat het Nederlandse Bureau garant staat nu het voertuig gewoonlijk in Nederland is gestald.
Het Nederlands Bureau dient nu verhaal te nemen op de Italiaanse verzekeraar. Dat verhaal wordt vanzelfsprekend problematisch als de Italiaanse verzekeraar in staat van insolventie blijkt te verkeren.
De Bureaus van een aantal lidstaten hebben het juister geoordeeld als de uiteindelijke schadelast in geval van insolventie, dan wel in gevallen waarin de verzekeraar om andere redenen niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de Internal Regulations voldoet, wordt gedragen door het Bureau van de lidstaat waar het toezicht wordt uitgeoefend.
Een overeenkomst die de strekking heeft dit regres te regelen is in 2004 gesloten2 en inmiddels van kracht voor de Bureaus van België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, IJsland, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland (voor zover het betreft insolventie van verzekeraars gevestigd in Liechtenstein).3 Op grond van deze overeenkomst kan het Bureau van de ondertekenende lidstaat van dienstverrichting die het Bureau van het land van het ongeval schadeloos heeft gesteld, zich verhalen op het Bureau van de lidstaat van vestiging van de insolvent geraakte verzekeraar.